Paul Verheijen

ISIDORUS VAN MADRID

De landbouwer

Vroom gezin

Isidorus werd omstreeks 1070 in de nabijheid van Madrid geboren en genoemd naar Isidorus van Sevilla. Met zijn vrouw en zijn kinderen leidde hij een arbeidzaam, vroom en aan de naasten gewijd leven. De legende vertelt dat hij al vroeg wees was geworden en landarbeider/dagloner werd en achtereenvolgens bij drie boeren werkte. Zijn eerste baas, een zekere Vera, apprecieerde zijn vroomheid. Maar door zijn medeknechten werd Isidorus beschuldigd zijn werk te verwaarlozen om zich aan gebed te wijden. De eigenaar eiste toen de inlevering van alle opbrengsten van het veld dat hij Isidorus eerst in deelpacht had gegeven en verbood hem tijdens de werktijd te bidden. God vermenigvuldigde vervolgens het beetje graan dat Isidorus nog in zijn graanschuur had liggen.
Bij een invasie van de Almoraviden vluchtte hij en werd balling.
Toen hij zich weer in de omgeving van Madrid kon vestigen, kwam hij in dienst bij Juan de Varges die hem als voorman aanstelde. Ook hier viel hij ten prooi aan jaloezie van de andere dagloners. Door hun beschuldigingen achterdochtig geworden, bespiedde de baas zijn voorman. Hij zag dat, terwijl Isidorus bad, een engel diens werk achter de ploeg overnam.

Op het schilderij heeft Joseph Ritter von Führich dit uitgewerkt als een hemels visioen. Isidorus kijkt omhoog terwijl hij achter de os zijn ploeg vasthoudt. Boven hem zweven vijf engelen met attributen. De vijf engelen samen vormen als het ware een hemels hof dat neerdaalt om de eenvoudige boer te eren. De beide uiterste engelen links en rechts dragen een bel en een fakkel en de andere zijn voorzien van een fruitmand, een olielamp en een lier. Samen vormen deze vijf attributen een soort programma van Isidorus' deugden: gebed (bel), geloof (fakkel), goddelijke zegen op het werk (fruitmand), waakzaamheid (olielamp) en lofprijzing (lier).
Rechts zien we zijn vrouw in gebed. Het centrale thema is dat trouw geloof en gebed door God worden beloond, ook in het gewone dagelijkse werk.

Isidorus zou ook zijn land met water bevloeid hebben uit een bron die hij zelf liet ontspringen. Na de geboorte van een kind dat jong stierf dienden de ouders in wederzijds goedvinden God in volmaakte kuisheid, zo wil de legende.
Toen Isidorus getroffen werd door een fatale ziekte, voorspelde hij zijn dood en bereidde zichzelf daarop voor met extra ijver en met grote devotie, geduld en opgewektheid. De vroomheid waarmee hij de laatste sacramenten ontving, deed de aanwezigen bij zijn sterfbed huilen. Onder het herhalen van bezielde betuigingen van goddelijke liefde overleed hij op 15 mei 1130. Veertig jaar later werd zijn graf geopend en werd Isidorus zonder sporen van verderf aangetroffen. Zijn relieken werden overgebracht naar de San Andrés in Madrid. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd die kerk totaal verwoest, op de kapel van Isidorus na, wat men zag als teken van de kracht van Isidorus.
Isidorus' feest valt nu op 15 mei. Het Roomse Martelaarsboek herdacht hem voorheen op 10 mei:
Te Madrid de heilige Isidorus, een landbouwer. Schitterend door wonderen is hij door Gregorius XV bij het getal der heiligen gevoegd, tegelijk met de heiligen Ignatius, Franciscus Xaverius, Theresia en Philippus Neri.
Zie over deze canonisatie de paragraaf 'Spaanse druk'.
De attributen van de boerenheilige zijn uiteraard landbouwwerktuigen, een schoof en een rozenkrans en dat hij patroon van landbouwers is geworden is ook weinig verrassend.

Maria Toribia van Torrejon

Zijn vrouw Maria Toribia van Torrejon trok zich na de dood van Isidorus terug in een kluizenarij aan de Rio Jarama en stierf vermoedelijk in 1175. Vanaf 1516 leefde de verering voor haar op. Maria's lichaam dat in 1596 werd teruggevonden, wordt bewaard in Torrelaguna, maar haar hoofd in de kluis Santa Maria del Rio Jarma. Ze heet daarom ook wel Maria de la Cabeza, Maria van het hoofd. Ze werd zaligverklaard in 1697.

Na de canonisatie van Isidorus breidde de in de omgeving van Madrid onder de boeren reeds ingeburgerde verering van het echtpaar zich uit tot agrarische gebieden in Zuid-Duitsland, Tirol, Bretagne en de zuidelijke Nederlanden. Men riep hen aan voor een goede oogst en tegen droogte.
De feestdag van Maria is op het feest van Maria Geboorte (8 september) en haar attributen zijn een kaars, kruik (waarmee zij haar man drinken brengt) en/of korenaren.

Spaanse druk

De opvallende canonisatie van Isidorus samen met drie andere Spaanse heiligen Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Theresia van Avila onder Gregorius XV had te maken met de bijzondere rol van Spanje in de contrareformatie en met sterke Spaanse druk op Rome. De Spaanse monarchie en invloedrijke religieuze orden — vooral de jezuïeten — wilden deze heiligverklaringen sterk doordrukken. De achtergrond was breder dan persoonlijke sympathie van de paus. Spanje was toentertijd de machtigste katholieke grootmacht van Europa. De Spaanse kroon profileerde zich als verdediger van het katholicisme tegen protestanten en Ottomanen. Veel leidende figuren van de katholieke hervorming kwamen uit Spanje. Ook de jezuïeten hadden enorme invloed in Rome. Gregorius XV stond zelf sterk achter de contrareformatie. Hij stichtte in 1622 de pauselijke congregatie Propaganda Fide om de katholieke missie wereldwijd te organiseren. Daardoor paste de canonisatie van missionaire en hervormende Spaanse figuren perfect in zijn kerkpolitiek.
Interessant is dat deze canonisatieceremonie blijkbaar té Spaans werd gevonden. Daarom werd de Italiaan Philippus Neri toegevoegd, zodat de ceremonie niet uitsluitend voor Spaanse heiligen werd opgevoerd.
Joseph Ritter von Führich (1800-1876)
Der Traum des heiligen Isidor (1839)
Olieverf op doek, 64 x 85 cm
Mannheim - Kunsthalle
2016 Paul Verheijen / Nijmegen