Paul Verheijen

JOHAN MAELWAEL

Tondo

Diverse themata


Dit werk is een van de belangrijkste uit de Bourgondische schilderkunst.
Op grond van materiële en stilistische redenen wordt het toegeschreven aan Johan Maelwael (±1370-1415), oom van de Nijmeegse Gebroeders Van Lymborch.
Maelwael, zijn naam betekent letterlijk , is de eerste Nederlandse schilder die wij van naam kennen.
Het is hoogstwaarschijnlijk de eerste tondo uit de westerse kunstgeschiedenis.

Het bijzondere van dit werk is dat het op de voorzijde diverse themata combineert:
  • Kruisafneming
  • Genadestoel
    De pas van het kruis genomen Christus wordt onder zijn oksels opgetild door God de Vader. Tussen de hoofden van God en Christus vliegt de Heilige Geest in de vorm van een duif.
  • Piëta
    Maria, met licht gefronste wenkbrauwen, houdt haar zoon vast op haar schoot bij zijn arm.
  • Calvarie
    Maria geflankeerd door Johannes vinden we in zogenaamde Calvarie-voorstellingen.
  • Man van Smarten
    De zes engelen aan de linkerzijde passen weer bij afbeeldingen van de Man van Smarten. Hoewel het hier de dode Christus betreft, ligt er bijzonder veel nadruk op de passiewonden. Het bloed, geschilderd met karmozijn rode lak, stroomt nog rijkelijk uit zijde en handen, als ware het een koraalrood sieraad.

Compositie

De ronde vorm van de Piëta betekende dat Maelwael de figuren compact moest weergeven en zich moest focussen op de hoofdgroep bestaande uit God de Vader, Christus, Maria en Johannes.
Hoogst expressief drukt elke figuur een eigen emotie uit.
We zien het subtiel gekleurde rood van de mantel van Johannes terugkeren in de gewaden van enkele engelen.
Het blauw van de mantels van God en Maria, geschilderd in ultramarijn blauw pigment (in die tijd duurder dan bladgoud), complementeren elkaar ondanks een licht chromatisch verschil.
Maelwael heeft dit mogelijk opzettelijk aangebracht om het verschil tussen beiden aan te geven.
De dode Christus wordt overeind gehouden door zijn Vader en twee engelen, terwijl de overige engelen op de achtergrond enig leven en variëteit aanbrengen.
Hun gezichten drukken lijden en wanhoop uit.
Maria klemt zich vast aan het levenloze lichaam van haar zoon, terwijl Johannes bedroefd toekijkt.
Maelwael geeft de hele groep in realistisch verdriet weer tegen een abstract bladgouden achtergrond.

Wapenschild

Aan de achterzijde van het werk, werd het wapenschild van de hertog van Bourgondië, Filips de Stoute (1363-1404), geschilderd.
Het werk is kort na 1400 ontstaan in zijn opdracht en wordt mogelijk beschreven in een inventaris van Filips de Goede uit 1420.
Maelwael was de hofschilder van deze Filips de Stoute, een van de redenen om dit niet gesigneerde werk aan hem toe te schrijven.
Filips de Stoute schijnt een speciale verering te hebben gehad voor de Heilige Drievuldigheid.
Vermoedelijk gebruikte hij de tondo als draagbaar retabel tijdens zijn reizen wanneer hij zijn huiskapellen bezocht van zijn verschillende residenties.
Johan Maelwael (Jean Malouel) (±1371-1415)
Pietà (±1400)
Olieverf (tempera?) en goud op eikenhout, diameter 52 cm / 64,5 cm (met lijst)
Parijs - Louvre
2016 Paul Verheijen / Nijmegen