Naar de hemel
Dit paneel van Bernat Martorell verbeeldt de marteldood van Eulalia, vastgebonden aan een kruis‑ of schandpaal en omringd door beulen, soldaten en toeschouwers in een dicht opeengedrongen menigte. In het midden hangt Eulalia frontaal aan een X‑vormige constructie. Haar lichaam is slechts met een witte lendendoek bedekt en toont het bloed van de marteling die ze ondergaat. Links en rechts staan beulen die haar lichaam met haken openrijten. Hun theatrale houdingen en contrasterende kleding accentueren de wreedheid van de scène. Op de achtergrond staan dicht opeen lansdragers, krijgslieden en notabelen met exotiserende tulbanden en puntmutsen, die de heidense autoriteiten aanduiden die Eulalia ter dood laten brengen. Bovenaan opent de gouden hemel zich met een lichtbundel: dit verwijst naar de glorie die haar wacht in de hemel.
Op de kleding van het personage achter de rechterbeul zien we een dubbelkoppige adelaar afgebeeld, oorspronkelijk uit de Oud-Babylonische mythologie. Byzantijnse keizers namen het symbool over, wat hun heerschappij over zowel Oost als West vertegenwoordigde. Het verspreidde zich via kruistochten naar Europa, waar het onder meer door het Heilige Roomse Rijk werd overgenomen. Keizer Sigismund introduceerde rond 1417-1433 de dubbelkoppige adelaar officieel in het keizerlijke Rijkswapen. Martorell zal het symbool gekend hebben en heeft het hier anachronistisch geschilderd. Hij maakt ermee duidelijk dat de marteling van Eulalia op keizerlijk bevel werd uitgevoerd.
Het paneel was onderdeel van een aan haar gewijd altaarstuk. Het MNAC bewaart nog drie andere panelen met episoden uit haar leven. Het retabel was oorspronkelijk waarschijnlijk bestemd voor de kathedraal van Vic, waar Martorell meerdere scènes uit het leven van Eulalia schilderde, gecombineerd met een predella over Johannes de Doper.
|