Paul Verheijen

HANS MEMLING

Floreinstriptiek


Jan Floreins

Jan Floreins (±1430/40-±1497) was een broeder-verpleger en bestuurder van het Sint-Janshospitaal in Brugge en bestelde verschillende werken van Hans Memling waaronder in 1479 het hier afgebeelde triptiek. Hij was geen priester en ook geen edelman, maar een lekenbroeder binnen de hospitaalgemeenschap. Hij maakte carrière binnen het instituut en werd thesaurier van het Sint-Janshospitaal, verantwoordelijk voor financiën, schenkingen en aankopen en nauw betrokken bij de verfraaiing van de kapel en de devotionele uitrusting. Dat hij kunst bestelde bij Memling – dé topkunstenaar van Brugge – toont dat Floreins cultureel onderlegd was, een persoonlijke devotie had en tegelijk handelde namens het hospitaal. Floreins leefde nog geruime tijd na de opdracht, wat wijst op een bewuste, duurzame schenking en niet op een laat-levenstestament. Zonder Floreins zou het Sint-Janshospitaal vandaag geen Memling-collectie bezitten.

Gesloten buitenluiken

De gesloten buitenluiken waren bedoeld om vooral in de vastentijden de gelovigen aan te manen door boetedoening de terugkeer in de paradijselijke toestand te verwerven. Ze vertonen op een smaragdgroene voorgrond twee getuigen van Christus' leven.
  • Johannes de Doper
    De boeteprediker en patroonheilige van het Sint-Janshospitaal in Brugge, wijst op het linkerluik op het Lam Gods waarmee hij de komst van de Messias voorspelt. Verderop in het landschap is de doop van Christus door de Doper uitgebeeld.
  • Veronica
    Zij is een veelzeggende keuze in een hospitaalcontext als de vrouw die Christus’ lijdende gezicht afdroogt en barmhartigheid, zorg en mededogen uitstraalt. Bovendien is haar Christusportret een devotioneel object dat bedoeld was voor meditatie.
De landschappen achter beide heiligen sluiten op elkaar aan.
De 'beeldjes' in de nissen van de gotische omraming stellen links Adam en Eva met de verboden vrucht voor en rechts het moment dat zij uit de tuin van Eden worden verdreven.
De twee wapenschilden verwijzen rechtstreeks naar de opdrachtgever, linksboven het familiewapen van Floreins en rechtsboven het wapen van het Sint-Janshospitaal. Floreins schonk het werk niet als privé-devotie alleen, maar ook voor het hospitaal. Die combinatie — persoonlijk wapen en instellingswapen — is typisch voor Memling-opdrachten in Brugge en past perfect bij Floreins’ rol als verantwoordelijke voor de financiën én de devotionele uitrusting van het hospitaal.

Middenpaneel

Het geopende triptiek was bestemd om in de kapel van het Sint Janshospitaal het kerstgebeuren op te roepen.
Op het middenpaneel schilderde Memling de Driekoningen.
Aan de basis verbindt een schuine as vier personen: de geknielde oudste koning, het Kind, de tweede links geknielde koning en Jan Floreins. De jongeman achter Floreins is volgens bepaalde bronnen een zoon van Hans Memling.
Jozef, in licht vermiljoen gekleed, heeft het geschenk van de oudste koning ontvangen en kijkt naar de zwarte koning die op zijn beurt een geschenk aanbiedt.
Door een open luik of venster achter de Morenkoning kijkt en niet geïdentificeerde man nieuwsgierig toe.
Centraal staat de Madonna met Kind.
Het postuur van Maria is gevat binnen een gelijkbenige driehoek.
Met lichtjes gebogen hoofd en neergeslagen oogleden lijkt ze onberoerd te blijven onder het huldebetoon en bezorgd ontfermt ze zich over het Kind.

Op de achtergrond strekt zich een stadsgezicht uit dat doorloopt in de beide zijpanelen.

Linkerpaneel

Dit paneel toont een geïdealiseerde voorstelling van de geboorte zelf in een bouwvallige herberg, dan wel stal of grot (zie linksonder een kleine rotspartij).
Het dak van deze kerstal wordt op de achtergrond door een paar antieke zuilen gedragen die de ondergang van het heidendom symboliseren.
Centraal is de jonge geknielde Maria afgebeeld, omringd door twee kinderlijke engelen en achter haar een Jozef die hier het bekende type is uit middeleeuwse mysteriespelen: onbeholpen belicht hij met een brandende kaars Het Licht dat in de wereld is gekomen.
In de compositie vormen de os en de ezel het sluitstuk.

Rechterpaneel

De opdracht van het Kind in de tempel is het onderwerp van het rechterluik.
Alle personages bevinden zich in een smalle ruimte en hebben de oogleden neergeslagen.
De purificatio vindt plaats voor het doksaal van een Romaanse kerk, vermoedelijk de toenmalige Sint-Donaaskerk in Brugge.
Maria overhandigt het Kind aan Simeon, terwijl de profetes Anna er beschouwend bij staat.
Jozef haalt - gespiegeld ten opzichte van het linkerpaneel - tortelduiven uit een korfje als offergave van armelui.

Jozef en Simeon dragen zogenaamde patijnen of trippen, houten onderschoenen waarbij een 'trip', een bandje van leer over de schoen is aangebracht, zodat die onderschoen beter zit.
Patijnen werden ontwikkeld rond 1400 en sindsdien vooral door de gegoede burgerij gedragen, om de schoenen te beschermen tegen onverharde, modderige straten.
Je kunt ze beschouwen als de voorlopers van klompen en in Nederland bestonden in 1429 al patijnmakers en 'hoelblockmakers'.
Die schoen van Jozef strookt dus niet met zijn twee duiven, immers een armenoffer.
Zijn die duiven vanwege Jozefs hand daarom ook nauwelijks te zien?
Hans Memling (±1435-1494)
De Aanbidding der Wijzen (Floreinstriptiek) (1479)
Olieverf op eiken panelen, 46 × 107 cm middenpaneel; 46 x 25 cm zijpanelen
Brugge - Sint Janshospitaal (Memlingmuseum)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen