De 25 delen tellende Katholieke Encyclopaedie uit 1933 onderscheidt drie soorten visioenen:
Visioenen door waarneming via de uiterlijke zinnen, waarbij men de heilige werkelijkheid met de ogen ziet, ook in een schijnbaar mystieke toestand, met het gevaar van hallucinatie.
Visioenen die door de verbeelding worden waargenomen, waarbij het gevaar bestaat dat het subjectief en verbeelding is zonder werkelijk goddelijk karakter.
Visioenen waarbij het verstand verlicht wordt en als de meest authentieke worden beschouwd.
Deze indeling beschrijft een gradatie van visioenen van zintuiglijke waarneming tot intellectuele verlichting, waarbij het onderscheid ook belangrijk werd gevonden om de echtheid en spirituele waarde van een visioen te beoordelen.
Volgens de Catholica - Informatiebron voor het katholieke leven uit 1968 zijn verschijningen of visioenen ('beelden' en 'gezichten') de gestalte van een binnen de Godservaring tot stond gekomen (privaat) openbaring. Zij hebben betrekking op hert persoonlijk geloofsleven van de ziener en houden bovendien vaak een boodschap in welke door de ziener moet worden bekendgemaakt.
Na zijn dood
In het Tweede Testament kunnen we enkele verhalen lezen over een christophanie, een verschijning van Jezus na zijn dood aan anderen.
Matteüs: aan Maria Magdalena en de andere Maria (Mt 28:9-10) en aan de elf leerlingen (Mt 28:16-20)
Marcus (in het later toegevoegde deel 16:9-20): aan Maria Magdalena (Mc 16:9), aan twee leerlingen die buiten de stad aan het wandelen zijn (Mc 16:12) en aan de elf die aan het eten zijn (Mc 16:14-20)
Lucas: aan de Emmaüsgangers (Lc 24:13-35), aan de elf en de anderen (Lc 24:36-53) en de apostelen op de Olijfberg bij zijn hemelvaart - Lc 24:50-52 en Handelingen 1:4-9
Johannes: aan Maria Magdalena (Joh 20:14-17 noli me tangere), aan de leerlingen zonder Tomas (Joh 20:19-25), aan de leerlingen mét Tomas (Joh 20:26-29) en aan zeven leerlingen bij het meer van Tiberias (Joh 21)
1 Korintiërs: aan 500 mensen en andere verschijningen, inclusief aan Paulus bij zijn bekering (1 Kor 15:3-8)
Nota bene: Er is geen enkel bijbelverhaal waarin de gebeurtenis van Jezus' verrijzenis zelf beschreven staat. Volgens de bijbelverhalen wordt de tombe van Jezus leeg aangetroffen. Het moment dat hij eruit komt, staat nergens beschreven.
Tijdens zijn leven?
Een opmerkelijk verhaal dat zich afspeelt tijdens Jezus' leven is zijn gedaanteverandering. Deze ook wel Transfiguatie genoemde verschijning vertoont kenmerken van verschijningen die ná Jezus' dood worden beschreven. Sommige bijbeluitleggers menen daarom dat het Transfiguratie-verhaal feitelijk een van zijn plaats geraakt verschijningsverhaal is. Deze verheerlijkingsscène zou niet goed zijn begrepen als christophanie.