Brand![]() Anacletus liet ook daar een kapel oprichten die veel leek op die van Petrus. En de parallellen gaan verder want de pausenkroniek (Liber Pontificalis) schrijft dat Constantijn ‘er een basiliek bouwde voor de apostel Paulus, wiens stoffelijke resten hij in een schrijn legde en afsloot, precies zoals hij met die van Sint Petrus had gedaan’. Keizer Valentinianus vond de afmetingen ervan echter te bescheiden en liet haar in 368 vervangen door een grote vijfschepige basiliek, verder voltooid door Theodosius en Honorius. Maar de Saracenen brachten ook deze basiliek grote schade aan, waarop paus Johannes VIII een grote vestingmuur rondom de kerk en het bijbehorende klooster liet bouwen.
In de nacht van 15 op 16 juli 1823 vond er een ramp plaats: een bouwvakker liet bij herstelwerkzaamheden op het dak een vuurpan branden. De kerk werd met kerkschatten en al volkomen door het vuur verwoest; er restte niet meer dan een rokende puinhoop waaruit wat verkoolde zuilstompen omhoog staken. Met hulp van ruime giften uit de hele wereld werd de basiliek weer volledig opgebouwd. De inwijding van de nieuwe kerk gebeurde op 10 december 1854 door Pius IX bij gelegenheid van de afkondiging van het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria. Ets 1748-49: Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |