Paul Verheijen

SAN CLEMENTE

Mozaïek

Datering en thema

De precieze datering van het mozaïek in de bovenkerk van de San Clemente in Rome staat nog steeds ter discussie.
Algemeen aanvaard is de opvatting dat het teruggaat tot de 12e of 13e eeuw.
Het is waarschijnlijk uitgevoerd door een groep kunstenaars onder leiding van een meester.
Het mozaïek laat een Byzantijnse invloed zien en grijpt terug op zeer oude christelijke symbolen.
Thema is de menswording van de Zoon van God en het verlossingsoffer aan het kruis.
Het mozaïek wordt gelezen van onder naar boven.
Op deze wijze treedt de beschouwer laag voor laag de hemel binnen.

Beschrijving

Twaalf lammeren lopen in de richting van het Lam Gods.
Het zijn de twaalf apostelen die naar Christus (het Lam Gods met een aureool) gaan.
De apostelen komen uit twee plaatsen: Betlehem links en Jeruzalem rechts.
Ze symboliseren geboorte en dood van Christus.
Daarom zien we op de stadsmuur van Betlehem een kind (Christus zelf?) en op die van Jeruzalem een kruis.
De bedoeling van het hele mozaïek staat boven de lammeren.
In deze tekst moet het gedeelte tussen de twee ++ als laatste worden gelezen.
De tekst luidt dan:
ECCLESIAM CRISTI VITI SIMILABIMUS ISTI +
QVAM LEX ARENTEM SET CRUS FACIT ESSE VIRENTEM
+ DE LIGNO CRVCIS JACOBI DENS IGNATIIQ INSVPRA SCRIPTI REQVIESCINT CORPORE CRISTI
Vergelijken we de kerk van Christus met deze wijnstok +
die de wet tot verdorren, maar het kruis tot leven brengt.
+ Een stuk van het echte kruis, een tand van Jakobus en Igantius zijn precies daar bewaard, waar boven deze inscriptie het lichaam van Christus is
Boven deze inscriptie zien we van buiten naar binnen alledaagse taferelen met name wat betreft het landleven.
Twee pauwen symboliseren de opstanding en onsterfelijkheid van de gelovige, twee herten drinken uit vier stromen.
Deze vier stromen zijn afkomstig uit het paradijsverhaal: Pison, Gichon, Tigris en Eufraat (Genesis 2,11-14).
De herten verwijzen naar Pslam 42,2: Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar U, o God.

Aan de voet van het kruis ontspringen uit Christus' bloed wijnranken die verder de hele koepel vullen.
Het is het beeld van de kerk die zich verspreidt.
We zien een klein hertje dat de slang verdrijft als symbool voor de gelovige die de beproevingen overwint.

Op gelijke hoogte met de voet van het kruis zien we de vier westerse kerkvaders van links naar rechts: Augustinus, Hiëronymus, Geregorius de Grote en Ambrosius.
Men neemt aan dat de figuren tussen deze kerkleraren familieleden en kennissen zijn van de kunstenaars die het mozaïek hebben gemaakt.

Het kruis stelt de levensboom voor uit het paradijs.
Twaalf duiven zitten op de vier armen.
Ze symboliseren wederom de twaalf apostelen die het evangelie verspreiden in de vier windrichtingen.
Naast het kruis staan Maria en Johannes.

Boven Christus' hoofd is de hand van God uitgebeeld met de voor Christus bestemde overwinningskroon.

De boog aan de voorkant van de absis stelt de hemel voor.
De verbinding tussen absis en boog, dus tussen hemel en aarde, wordt gevormd door het Christusmonogram in het midden van het absisgewelf, aangevuld met de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet:alfa en omega, begin en eind.

Centraal in de hemel staat Christus de Rechter met evangelieboek en zegenende hand.
Hij wordt geflankeerd door symbolen van de vier evangelisten van links naar rechts: de gevelugelde leeuw van Marcus, de gevleugelde mens van Matteüs, de gevleugelde adelaar van Johannes en het gevleugelde rund van Lucas.

De tekst op de triomfboog luidt:
GLORIA IN EXCELSIS DEO SEDENTISVP THRONVM
ET IN TERRA PAX HOMINIBVS BONE VOLVNTATIS

Het is een vrije bewerking van de Latijnse Vulgaatvertaling van Lucas 2,14, de tekst die de engelen uitspreken tot de herders bij de geboorte van Christus.

Links op de boog geeft AGIOS PAVLVS, Paulus onderricht over het kruis aan Laurentius met het rooster aan zijn voeten.
De tekst luidt:
DE CRVCE LAVRENTI PAVLO
FAMVLARE DOCENTI

'Laurentius spreekt over het kruis tot Paulus, leraar (van de heidenen).'
Onder deze twee staat de profeet Jesaja die een boekrol draagt met de inscriptie:
VIDI DOMINVM
SEDENTEM SVP[er] SOLIVM [excelsum et elevatum]
.
'Ik zag de Heer, gezeten op een hoogverheven troon'(Jesaja 6,1).

Zoals het hele mozaïek is opgebouwd volgens een strakke symmetrie, zo ook de boog.
De pendant van Paulus is aan de rechterkant AGIOS PETRVS, Petrus en de pendant van Laurentius is hier de patroonheilige van de kerk, Clemens.
Ook hier wordt verwezen naar diens marteldood: aan zijn voeten een bootje en in zijn hand een anker.
Hier luidt de tekst:
RESPICE P MIS SVM
CLEMENS AME TIBI XVM

'Bekijk mijn voeten, ik ben Clemens, bemin Christus als uzelf.'
Onder Petrus en Clemens staat vanwege de symmetrie dus weer een profeet.
Hier is dat Jeremia met zijn boekrol:
HIC EST D[eu]S N[oste]R ET N[on] [a]ESTI
MABIT[ur] ALIVS ABSQ[ue] ILLO
.
'Hij is onze God! Niemand kan zich met Hem meten.'
Het is een tekst van Jeremia's secretaris Baruch opgetekend in het deuterocanoniek boek Baruch (3,36).