Paul Verheijen

FILIPPUS

Apostel

Alleen de evangelist Johannes geeft in vier scènes enkele bijzonderheden over een leerling van Jezus met een Griekse naam die zoveel betekent als 'paardenliefhebber'.
(Johannes 1,43-51; 6,1-15; 12,20-36; 14,1-14)

De Legenda Aurea weet veel meer te vertellen over hem.
De apostel Filippus werd, nadat hij twintig jaar overal in Scythië het geloof had verkondigd, door de heidenen gevangengenomen, die hem wilden dwingen te offeren aan het beeld van Mars. Toen kwam er plotseling een reusachtige draak van onder het voetstuk van het beeld tevoorschijn. Hij doodde de zoon van de hogepriester, die het vuur van het offer verzorgde, bracht trìbunen om van wie de dienaren Filippus geketend hielden en besmette de anderen met zijn stinkende adem zodanig dat ze allemaal ziek werden. Filippus zei: 'Geloof wat ik zeg. Verbrijzel dit beeld en vereer in zijn plaats het kruis van de Heer. Dan zullen jullie zieken worden genezen en de doden worden opgewekt.' De zieken, gekweld door hun pijnen, riepen: ' Maak alleen maar dat wij genezen worden. Dan zullen we deze Mars dadelijk verbrijzelen.' Toen sommeerde Filippus de draak naar een onbewoonde streek te gaan, zodat hij niemand kwaad zou kunnen doen. De draak verdween onmiddellijk en liet zich niet meer zien. Daarop genas Filippus alle zieken en verkreeg voor de genoemde drie doden de weldaad van het leven. En zo namen allen het geloof aan en hij predikte nog een jaar voor hen. En nadat hij priesters en diakens bij hen had aangesteld, ging hij naar Klein-Azië, naar de stad Hiërapolis en daar vernietigde hij de ketterij van de ebionieten, die leerden dat Christus een schijnlichaam had aangenomen. Er waren bij hem twee zeer heilige maagden, door wie de Heer velen tot het geloof bekeerde.
Zeven dagen voor zijn heengaan riep Filippus alle bisschoppen en priesters bij zich en zei: 'De komende zeven dagen heeft de Heer mij nog gegeven om u te vermanen.' Hij was toen zevenentachtig jaar oud. Hierna grepen de ongelovigen hem en sloegen hem aan het kruis, precies zoals zijn meester, die hij verkondigde. Zo ging hij over naar de Heer en voltooide zijn leven in een zalige dood. Naast hem werden zijn twee dochters begraven, de ene aan zijn rechterzijde, de andere aan zijn linker.

(Legenda Aurea 62,4-19)
Andere bronnen weten nog aan te vullen dat Filippus met zijn hoofd naar beneden werd gekruisigd.

Binnen de verschillende richtingen van de kerk kent Filippus de volgende data op de heiligenkalender:
  • 1 mei (Anglicaanse kerk)
  • 3 mei (Roomskatholieke kerk)
  • 14 november (Oosters-orthodoxe kerk)
  • 17 november (Armeense kerk)
  • 18 november (Koptische kerk)
Het Roomse Martelaarsboek schrijft voor zijn gedachtenis op 1 mei:
De geboortedag van de heilige apostelen Filippus en Jakobus.
Nadat Filippus bijna geheel Scythië tot het Christendom bekeerd had, werd hij te Hierapolis, een stad in Klein-Azië, aan het kruis gehecht en onder stenen bedolven.
Zo stierf hij een roemvolle dood.

Diaken

Filippus de diaken wordt in de Handelingen vermeld onder de eerste diakens: zeven mannen - onder wie ook Stefanus - die in Jeruzalem werden aangewezen ter ontlasting van de apostelen, die hun voornaamste taak als verkondigers bemoeilijkt zagen door charitatief werk.
Hij trad met succes op als evangelist en bekeerde onder meer de Ethiopiër en Simon de Tovenaar.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 6 juni:
Te Caesarea in Palestina de geboortedag van de zalige Filippus, een van de zeven eerste diakens. Hij was beroemd om zijn tekenen en wonderen, bracht Samaria tot het christengeloof, doopte de hofbeambte van koningin Candace van Ethiopië en is ten laatste bij Caesarea ontslapen. Naast hem liggen drie van zijn dochters begraven, die maagden en profetessen waren; want zijn vierde dochter is, vervuld van de heilige Geest, te Efese gestorven.
Het verhaal van de doop van de Ethiopische hofbeambte wordt besproken bij De Doop van de Kamerling van Rembrandt.

Samen met Lucas bezocht Paulus in Caesarea Filippus tijdens zijn laatste reis naar Jeruzalem (Handelingen van de apostelen 21,8-9).
De kerkvader Hiëronymus schrijft dat hij het huis heeft gezien waar Filippus gewoond had en de celletjes van diens eveneens heiligverklaarde dochters.
Filippus zou, volgens een traditie in Byzantium, later bisschop van Tralies (Lydië) geweest zijn.
De naamsgelijkheid met de de apostel Filippus was oorzaak van verwisselingen tussen beide figuren in zowel legende en afbeelding.
Dat geldt niet voor de Legenda Aurea die het onderscheid tussen apostel en diaken wél aanbrengt:
Over de Filippus die een van de zeven diakens was, zegt Hiëronymus in zijn Martyrologium dat hij, beroemd door zijn tekenen en wonderen, ontsliep op 8 juli in Caesarea en dat naast hem drie van zijn dochters zijn begraven; de vierde dochter rust namelijk in Efese. De eerste Filippus verschilt dus van deze: hij was apostel, deze diaken; hij rust in Hiërapolis, deze in Caesarea; hij had twee dochters die de gave van de profetie bezaten, deze had er vier, al zegt de Kerkelijke geschiedenis dat het de apostel Filippus was die vier profeterende dochters had; maar in dit opzicht is Hièronymus geloofwaardiger.
(Legenda Aurea 62,23-25)

Evangelie

Het apokriefe Evangelie van Filipus is vermoedelijk eind 2e, begin 3e eeuw geschreven in het Grieks.
Hoeveel later het in het Koptisch is vertaald en bewaard is onzeker.
Mogelijk was het bedoeld als een doopinstructie.
De apostel wordt slechts genoemd in paragraaf 91 en dan in de derde persoon, gevolgd door uitspraken die ook van hem zouden kunnen zijn.
De apostel Filippus heeft gezegd: 'Jozef de timmerman plantte een paradijs, omdat hij voor zijn vak hout nodig had!' Hij maakte van de bomen die hij plantte het kruis; aan wat hij plantte kwam zijn zaad te hangen; zijn zaad was Jezus, en het geplante was het kruis.