Paul Verheijen

PAUSEN

Clemens I - Sixtus II - Leo I - Gregorius I

Wanneer een geestelijke tot paus wordt gekozen neemt hij een pausnaam aan.
Het unieke in dit verband van Jorge Mario Bergoglio (geboren 1936), de huidige en 266ste paus Franciscus (sinds 2013), is dat hij koos voor een pausnaam die nog niemand van de pausen ooit had gekozen.
Anders is dat bijvoorbeeld met de pausnamen Sixtus, Leo en Gregorius waarvan er in de kerkgeschiedenis meer dan een geweest zijn.
In navolging van vorsten worden zij doorgenummerd met Romeinse cijfers.
Zo kennen we dus de pausen Sixtus I t/m V, Leo I t/m XIII en Gregorius I t/m XVI.

De eerste bisschop van Rome die zichzelf paus noemde, was Siricius (384-399).
Vanaf toen werden ook zijn voorgangers met terugwerkende kracht als paus aangeduid.
'Paus' is afkomstig van het Oudgriekse: pappas, later verlatiniseerd tot papa, in de betekenis van vader.
Eveneens werd de titel in de middeleeuwen opgevat als een afkorting van Petri Apostoli Potestatem Accipiens (van de apostel Petrus de macht ontvangend).

De regeerperiode van een paus wordt pontificaat genoemd, afgeleid van het Latijnse pontifex, 'bruggenbouwer' (tussen de mens en hogere machten, priester), en dan met name van de pontifex maximus, de Romeinse hogepriester, die in het antieke Rome een zeer belangrijke - vaak ook politieke - rol in het openbare leven vervulde.
De vermelding van jaartallen bij de pausen slaat op de jaren van zijn pontificaat.
Ze zijn ontleend aan de officiële pauslijst die te vinden is in het Annuario Pontificio.
Klik op de betreffende pagina van Wikipedia voor de volledige lijst.

Bij de pausnaam is tevens de kerkelijke feestdag vermeld.

Hieronder een selectie met meer informatie over pausen die een plaats op de heiligenkalender en in de kunst hebben gekregen.

Clemens I Romanus
88/92-97/99
23 november
* ad libitum



De Oosterse kerk viert de feestdag van Clemens op 24 november.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 23 november:
De geboorte van de heilige martelaar paus Clemens I, die als derde opvolger van de zalige apostel Petrus het hoge-priesterambt bekleedde en in de vervolging van Trajanus naar de Chersonesus werd verbannen. Daar werd hij met een anker aan de hals in zee geworpen en aldus als martelaar gekroond. Zijn lichaam werd onder paus Adrianus II door de heilige gebroeders Cyrillus en Methodius naar Rome overgebracht en in de kerk, die reeds vroeger tot zijn eer gebouwd was, plechtig bijgezet.
De Legenda Aurea besteedt uitgebreid aandacht aan Clemens I die hier wordt opgevoerd als leerling van Petrus.
Wanneer Petrus zich naar Rome begeeft, omdat hij weet dat zijn martelaarschap nadert, draagt hij Clemens op zijn opvolger te worden.
Als Petrus inderdaad in Rome ondersteboven wordt gekruisigd volgt Clemens hem echter niet onmiddellijk op, want hij is voorzichtig en wil voorkomen dat een paus zijn eigen opvolger kiest.
Daarom maakt hij eerst plaats voor Linus en vervolgens ook nog voor Cletus.
Pas na diens dood wordt Clemens tot paus gekozen.
In theologische kringen is Clemens bekend geworden om de aan hem toegeschreven brief aan de Korintiërs, een epistel over het gezag van ambtsdragers in de kerk.
Door zijn reputatie steeg het gezag van Rome.
In de Kerkelijke Geschiedenis van Eusebius van Caesarea uit de 4e eeuw kun je lezen dat Clemens een natuurlijke dood stierf.
Zijn verering als martelaar en de wijze waarop dat is gebeurd zijn dus pas daarna op gang gekomen en bedacht.
Sommige legendes vertellen dat hij werd verbannen naar de mijnen op de Krim en hier met een anker om zijn nek in zee is geworpen en verdronken.
Volgens een andere legende werd hij te Rome in de Tiber verdronken.
Mogelijk is zijn martelaarschap een gevolg van verwarring tussen hem en de tot het christendom bekeerde en heilig verklaarde Romeinse senator Titus Flavius Clemens (±96; feestdag 22 juni).
In 868 werden Clemens' vermeende relieken overgebracht naar de San Clemente te Rome.

Sixtus II
257-258
5 augustus, 6 augustus of 7 augustus
* ad libitum



Het Roomse Martelaarsboek herdenkt Sixtus II op 6 augustus, nu de feestdag van de Transfiguratie:
Te Rome aan de Via Appia in de catacomben van Callixtus, de geboorte van de zalige paus Sixtus II, martelaar. In de vervolging van Valerianus werd hij met het zwaard omgebracht en verwierf hij de kroon van het martelaarschap.
Sixtus werd op 30 augustus 257 gekozen tot bisschop van Rome als opvolger van Stefanus.
Op dit moment van de kerkgeschiedenis is het nog niet juist te spreken van ‘paus’ (zie boven)

In het jaar 258 woedde er een christenvervolging.
Keizer Valerianus heeft alle bijeenkomsten voor de christelijke eredienst verboden, ook die op de begraafplaatsen.
Op deze laat hij beslag leggen en kerken worden verbeurd verklaard.
Talrijke bisschoppen, priesters en diakenen werden ter dood gebracht en Sixtus II was een van de eerste slachtoffers.
Ondanks het verbod droeg Sixtus de mis op in een kapel boven de catacomben van Calixtus.
De gerechtsdienaren overvielen hem en stonden hem nog de tijd toe om de mis te voltooien.
Daarna werd hij - zittend op zijn cathedra - onthoofd.
Ook andere (sub)diakens die Sixtus II had aangesteld stierven de marteldood.
  • Januarius
  • Vincentius
  • Magnus
  • Stephanus
  • Felicissimus
  • Agapitus
  • Laurentius
  • Quartus (vermoedelijk ontstaan door een verschrijving van een kopiïst: diacones quattuor, 'vier diakens' geschreven als diaconus Quartus, 'diaken Quartus')
De dood van Sixtus en zijn zeven diakens maakt op de vroege kerk diepe indruk.
Hij wordt begraven in een zogenaamde pauscrypte op de plaats van zijn marteldood.
Damasus I (paus van 366-84; feestdag 11 december) liet later het volgende grafschrift aanbrengen:
In de tijd dat het zwaard Maria doorboorde, leerde ik, hier begraven, als herder het woord van God; toen plotseling de soldaten naar binnen stormden en me van de stoel sleurden. De gelovigen boden hun nek aan aan het zwaard, maar zodra de herder degenen zag die hem van de martelaarspalm wilden beroven, was hij de eerste die zichzelf en zijn eigen hoofd aanbood, niet tolererend dat de heidense razernij de anderen zouden schaden. Christus, die vergelding geeft, maakte de verdienste van de herder duidelijk door de kudde ongedeerd te laten
Cyprianus* zegt het zo: Xystum in coemeterio animadversum sciatis VIII iduum augustarum die, et cum eo diaconos quatuor, 'Je weet misschien dat Sixtus op de begraafplaats (is) op de achtste dag voor de Idus van Augustus en met hem vier diakens.
'Diaconos Quatuor' wordt soms ook foutief gelezen als 'diaken Quatuor', waarmee het aantal door Sixtus aangestelde diakens dan op acht zou komen.
Van alle paus-martelaren wordt hij het meest vereerd.
Sixtus wordt aangeroepen voor het goed laten groeien van druiven en bonen.

Talrijke vroeg-christelijke voorstellingen tonen hem op middelbare leeftijd, meestal met een korte witte baard, soms als cefalofoor.
In andere voorstellingen zien we hem met een of enkele van zijn diakens.
* Thascius Caecilius Cyprianus, bisschop van Carthago uit de 3e eeuw, feestdag 31 augustus in de orthodoxe Kerk, 14 september in de katholieke kerk en 15 september in de anglicaanse kerk

Leo I de Grote
440-461
10 november
** memoriam



De Oosterse kerk viert de feestdag van Leo I op 18 februari.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem zowel op 11 april als op 10 november:
Te Rome de geboorte van de heilige paus Leo I, belijder en kerkleraar. Hij scheen uit door de verdiensten van zijn deugden en werd daarom 'de Grote' genoemd. In zijn dagen is de kerkvergadering van Chalcedon gehouden, waarin hij door zijn gezanten Eutyches liet veroordelen. Later heeft hij de besluiten van deze kerkvergadering met zijn gezag bevestigd. Nadat hij allerlei dingen geregeld en over vele zaken met helderheid geschreven had, en als een goede herder zich ten zeerste verdienstelijk had gemaakt voor de kerk van God en voor geheel de kudde van de Heer, is hij in vrede gestorven. Zijn feest viert men echter de elfde april.
Leo I is ergens in Toscane geboren en werd rond zijn vijfstigste levensjaar tot paus gekozen.
Tijdens zijn pontificaat groeide hij uit tot een sterke persoonlijkheid met grote kerkelijke én wereldlijke daadkracht.
Hij was de eerste paus die het primaatschap van de paus duidelijk onder woorden bracht, de eerste paus die de Romeinse titel pontifex maximus aannam en de eerste paus die in de Sint Pieter in Rome is begraven.
Hij liet 96 preken na en een kleine 125 brieven, die een uitstekende retorische vorming verraden.
Op zijn naam staat een verzameling liturgische teksten uit circa 440-50, bekend onder de naam Sacramentarium Leonianum of Sacramantarium Veronense genoemd.
Hij werd midden 18e eeuw tot kerkleraar uitgeroepen.

Leo I wordt vrijwel altijd afgebeeld met pauselijke gewaden en met een tiara.
Aan het begin van het korte hoofdstuk over Leo is in de Legenda Aurea te lezen dat hij eens nadat hij de mis had gelezen in de Santa Maria Maiore door een vrouw op zijn hand werd gekust.
Leo kreeg hierdoor een zware beproeving tot onkuisheid en om dat te voorkomen sneed hij nog dezelfde dag heimelijk zijn hand af die hem geërgerd had (vergelijk Matteüs 18,8).
Het volk begon daarna te morren dat Leo de mis niet meer opdroeg en de paus wendde zich tot de Maria die aan hem verscheen en zijn hand weer aan zijn arm voegde.

Leo I de Grote redde Rome en het Westromeinse Rijk tweemaal van een fatale aanval door Hunnen en Vandalen.
De eerste keer in 452 trad hij bij Mantua aan de oever van de Mincio ten zuiden van het Gardameer Attila de Hun, de 'Gesel Gods', tegemoet die Milaan had geplunderd en op weg was naar Rome om daar hetzelfde te doen.
Attila vond het prima Rome niet aan te vallen en op zijn schreden terug te keren als hij in plaats daarvan een passende jaarlijkse bijdrage van Leo zou verkrijgen.
Drie jaar later belegerde en plunderde Geiserik de Vandaal Rome echter wel, maar Leo voorkwam dat de stad in brand werd gestoken en de bevolking afgeslacht.
Volgens de Legenda Aurea besloot Attila om andere reden van een aanval af te zien.
Bij de ontmoeting zag Attila namelijk naast de paus een verschrikkelijke ridder met een zwaard die tot hem zei dat als hij de paus niet gehoorzaamde hij en zijn volk te gronde gericht zouden worden.

Gregorius I de Grote
590-604
3 september
** memoriam



Gregorius de Grote was rond 540 in Rome geboren als telg uit een welvarend Romeins geslacht, dat tot de stand der senatoren behoorde.
Mogelijk vanwege maagkwalen waar hij sinds zijn jeugd aan leed, koos hij na een gedegen opleiding en twee jaar gouverneurschap van de stad (praefectus urbi) voor een leven als asceet op een familievilla.
In 578/79 werd hij door paus Pelagius II als legaat te Constantinopel aangesteld en volgde hem op 3 september 590 op, nadat pogingen van Gregorius dit te weigeren waren mislukt.
Reorganisatie van het bestuur, accurate administratie van de goederen van de kerk, vredespogingen met de barbaren, een belangrijke literaire productie en vooral pastorale zorg waren naast een voortgezet monnikenbestaan de kenmerken van zijn pontificaat.
In de woelige overgangsperiode van de Romeinse oudheid naar de christelijke middeleeuwen was hij de eerste die zich als paus Servus Servorum Dei, 'dienaar van de dienaren Gods' noemde en een van de weinigen die zich ook zo gedroegen.
Men zegt dat Gregorius toen hij oud en jichtig was op een rustbed liggend zijn leerlingen in de kerkzang heeft onderwezen die sinds de 9e eeuw carmen gregorium, 'gregoriaans' werd genoemd.
Tegenwoordig wordt aangenomen dat het gregoriaans zoals wij dat nu kunnen horen pas rond de 8e eeuw is ontstaan.
Gregorius stierf op 12 maart 604, zijn graftombe bevindt zich in de Cappella Clementina van de Sint Pieter in Rome.
Van Gregorius zijn 854 brieven en diverse boeken bewaard gebleven die worden geschaard onder de auctoritates, gezagvolle uitspraken die als uitgangspunt voor theologisch commentaar dienden.
Omdat zijn geschriften inhoudelijk eerder praktisch dan theoretisch waren en ze vaak grappige (Latijnse) woordspelingen bevatten, waren deze erg populair.
Vanwege zijn grote verdienste voor de Westerse kerk verkreeg Gregorius samen met Ambrosius, Augustinus en Hiëronymus de titel kerkvader.

Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem twee keer:
Te Rome de heilige belijder en uitmuntende kerkleraar paus Gregorius I. Om zijn roemvol bestuur en de bekering van de Engelsen tot het christendom kreeg hij de bijnaam van 'de Grote' en van 'Apostel van de Engelsen'.
(12 maart)

Eveneens te Rome de wijding van de onvergelijkelijke man, de heilige Gregorius de Grote, tot paus. Gedwongen die last op zich te nemen, heeft hij, vanaf die hoge troon, door de heldere stralen zijn heiligheid over de wereld uitgeschenen.
(3 september)
Zijn motto bij de missionering van Engeland was 'stap voor stap en langzaam' en hij liet daarom heidense tempels staan om er kerken van te maken.
De Legenda Aurea somt verschillende wonderlijke gebeurtenissen op die tijdens en na het leven van Gregorius plaatsvonden.
  • Een engel in de gedaante van een schipbreukeling vraagt Gregorius om hulp; deze geeft hem tot twee keer toe zes zilverlingen; als de engel voor een derde keer terugkeert kan Gregorius hem alleen nog de zilveren schaal aanbieden die zijn moeder gebruikte om fruit te sturen.
  • Tijdens een pestepidemie in Rome organiseert Gregorius een processie waarbij men litanieën zingt bij een schilderij van Maria; de aartsengel Michaël verschijnt dan, met getrokken zwaard, staande op de top van de burcht van Crescentius (bedoeld is waarschijnlijk het mausoleum van keizer Hadrianus), later Castel Sant'Angelo, 'Engelenburcht' genoemd; toen de engel zijn zwaard in de schede had gestoken verdween de pest.
  • Twaalf armen zijn door Gregorius aan tafel uitgenodigd en een dertiende blijkt de Heer Jezus zelf te zijn die tevens onthult dat hij de schipbreukeling was die de zilveren fruitschaal kreeg.
  • Gregorius reikt in de mis bij de communie de hostie uit aan een vrouw die bij de woorden 'dit is het lichaam van Christus' begint te lachen omdat Gregorius dit zegt over een hostie die ze zelf heeft gebakken; Gregorius bidt vervolgens dat de vrouw dit wel gaat geloven, de hostie verandert in vlees in de vorm van een vinger, Gregorius bidt opnieuw en de vinger wordt weer hostie, waarop de vrouw gelooft in de transsubstantiatie. Een variant op deze legende vertelt dat Jezus zelf verschijnt als Man van Smarten waarbij bloed uit zijn zijde in de kelk loopt; deze variant staat bekend als de 'Gregoriusmis'.
  • Enkele vorsten vragen Gregorius om een kostbare relikwie; hij geeft hen een stukje van de dalmatiek van Johannes de Evangelist; dat vinden ze echter geen te min; na gebed neemt Gregorius een mes en steekt het in het stukje kleed dat vervolgens begint te bloeden.
  • Een door de duivel bezeten paard wordt door Gregorius met een kruisteken genezen.
  • Zijn diaken Petrus ziet geregeld op het hoofd van Gregorius de heilige Geest in de gedaante van een duif.
  • Het gebed van Gregorius redt keizer Trajanus die al vijf eeuwen in het vagevuur gekweld wordt; volgens sommigen werd hij zelfs tot leven gewekt (zie verder).
De Legenda Aurea weeft binnen het relaas over Gregorius de Grote een optreden van de Romeinse keizer Trajanus.
Trajanus reed eens op zijn paard in grote haast op weg om ergens oorlog te voeren toen een weduwe hem de weg versperde. Bitter wenend sprak zij: 'Ik zweer u keizer, wreek de dood van mijn zoon, want men heeft hem onschuldig gedood.' Trajanus zwoer dat hij recht zou spreken, als hij ongedeerd uit de strijd zou terugkeren. Maar de weduwe sprak: 'Als u in de strijd sterft, wie zal dan recht spreken?' De keizer antwoordde: 'Hij, die na mij keizer zal zijn.'. De weduwe sprak: 'Als een ander recht spreekt, wat voor zin heeft dat voor mij?' Hij antwoordde: 'Het heeft ook geen zin voor mij.' En zij sprak: 'Is het dan niet beter dat u nu rechtspreekt en daarvoor een beloning krijgt dan dat u het aan iemand anders overlaat?' Toen kreeg de keizer medelijden en steeg van zijn paard af en sprak recht over het bloed van de onschuldige.

Men vertelt ook dat een zoon van keizer Trajanus toen deze moedwillig door de stad galoppeerde de zoon van een weduwe onder de voet liep. Toen de weduwe zich daarover beklaagde, gaf Trajanus haar zijn eigen zoon om de plaats van haar omgekomen zoon in te nemen en voegde daar nog vele geschenken aan toe.

Toen Trajanus al lange tijd dood was, gebeurde het eens, dat Sint Gregorius over het Forum Traianum liep en dacht aan diens mildheid en gerechtigheid. Daarom ging hij naar de Sint Pieter en weende bitter over het ongeloof van de keizer. En zie, een stem uit de hemel sprak: 'Jouw gebed is verhoord, ik heb Trajanus verlost van de eeuwige pijn. Maar pas op dat je voortaan niet meer bidt voor een ​​andere verdoemde.'
Hierna schrijft De Voragine nog enkele elkaar tegensprekende varianten van het verhaal, bijvoorbeeld dat Trajanus weer tot leven werd gewekt en genade, vergeving en eeuwige heerlijkheid verkreeg en niet veroordeeld tot eeuwige pijniging en een onherroepelijk vonnis. Anderen zeggen echter dat Trajanus niet helemaal van de eeuwige pijn werd bevrijd, maar dat die werd opgeschort tot de dag des oordeels.