Paul Verheijen

BERNINI

Reliekhouder Stoel van Petrus

Fragmenten van een houten stoel

Enkele stukken van een houten stoel worden door ivoren platen bijeengehouden en als reliek bewaard in een schrijn achter in de Sint-Pieter in Rome. De houten stoel is doordrenkt van geschiedenis. In de derde eeuw werd in een van de kerkhoven van Rome als herinnering aan Petrus een tufstenen of houten stoel vereerd waar Petrus werkelijk op had gezeten. Pudens zou deze aan Petrus gegeven hebben als geschenk. Kort na het jaar 1000 duikt er daadwerkelijk een fysieke Cathedra Petri op, waarop de pausen ook graag zetelden, totdat de stoel in een schrijn werd opgeborgen.

C14-dateringsonderzoek tussen 1969 en 1974 heeft echter aangetoond dat het hout van de stoel afkomstig is van een boom die na 800 nog groeide. De houten troon is vermoedelijk aan de paus geschonken door keizer Karel de Kale (823-877) bij diens bezoek aan Johannes VIII voor diens kerstkroning in de oude Sint-Pietersbasiliek. Op de dwarsbalk van de stoel schijnt een afbeelding van deze keizer te zien te zijn. Ivoren panelen illustreren 18 scènes uit de Griekse mythologie waaronder de werken van Hercules.

Bij de restauratie van de werken van Bernini in de basiliek ter voorbereiding op het Jubeljaar 2025 werd de houten stoel uit zijn schrijn gehaald. Dat maakte het toen mogelijk oog in oog te staan met deze oude getuige binnen de christelijke geloofstraditie.

Een reliekschrijn

De paus kan op deze stoel nog steeds geen plaats nemen, omdat hij inmiddels weer is opgeborgen in de bronzen reliekhouder, die is ontworpen door Gian Lorenzo Bernini. De reliekschrijn heeft zelf ook weer de vorm van een stoel. De cathedra lijkt te zweven boven het altaar in de apsis van de basiliek, verlicht door een centraal getint venster.
Aan weerszijden van de stoel staan beelden van vier kerkvaders: Athanasius en Ambrosius links en Johannes Chrysostomus en Augustinus rechts. Achter de stoel is het rijkelijk versierd met goudkleurig beeldhouwwerk met onder andere engelen. In het midden zit een raam met de heilige Geest als duif met eromheen.

Op de stoel zelf bevinden zich drie gouden bas-reliëfs die de episodes voorstellen van het overhandigen van de sleutels (Matteüs 16:19), 'weid mijn schapen' (Johannes 21:15-19) en de voetwassing (Johannes 13:1-17).

Boven het altaar en Bernini's reliekhouder staan op een gouden fries twee inscripties die verwijzen naar de herderlijke functie van Petrus als bisschop van Rome verwijzend naar de episodes in de gouden bas-reliëfs op de stoel.
  • Links in het Latijn
    Ō pāstor Ecclēsiae, tū omnēs Christī pāscis agnōs et ouēs
    O herder van de Kerk, gij weidt alle lammeren en schapen van Christus
  • Rechts in het Grieks:
    Su boskeis ta arnis, su poimaineis ta probata christou
    Gij weidt de lammeren, gij weidt de kudde van Christus

Feest van Petrus' Stoel

Jacobus de Voragine behandelt in zijn Legenda Aurea Petrus' Stoel in hoofdstuk 44.
De Stoel van sint Petrus wordt door de Kerk feestelijk gevierd, omdat de heilige Petrus volgens de overlevering op deze dag in Antiochië tot de eer van de bisschopszetel werd verheven. Dit feest is om vier redenen ingesteld.
De eerste reden is deze. Toen de heilige Petrus in Antiochië het geloof verkondigde, zei Theophilus, de burgemeester van die stad, tegen hem: 'Petrus, waarom maakt u mijn volk opstandig?' Petrus verkondigde hem daarop het geloof in Christus, maar Theophilus liet hem in de boeien slaan en gaf opdracht hem geen eten en drinken te geven. Petrus was al bijna bezweken, maar toen zijn krachten toch even opleefden, sloeg hij zijn ogen ten hemel en zei: 'Jezus Christus, helper van de ongelukkigen, kom mij te hulp nu ik in deze ellende bezwijk.' De Heer antwoordde hem: 'Petrus, denk je dat Ik je in de steek heb gelaten? Je doet onrecht aan mijn goedheid als je er niet voor terugschrikt zulke dingen tegen Mij te zeggen. Die jou in je ellende kan helpen, is vlakbij.'
Want toen Paulus van de gevangenzetting van Petrus hoorde, ging hij naar Theophilus en verzekerde hem dat hij, Paulus, in vele ambachten een voortreffelijk vakman was. Hij zei dat hij schrijnwerker en meubelmaker was, legertenten beschilderde en nog veel meer ambachten beheerste. Theophilus nodigde hem nadrukkelijk uit bij hem aan zijn hof te blijven. Nadat er een paar dagen verstreken waren, ging Paulus heimelijk naar Petrus in de gevangenis. Toen hij hem zag, bijna dood van uitputting, begon hij bitter te wenen. Hij omhelsde hem en terwijl hij bijna in tranen wegsmolt, barstte hij uit: 'O Petrus, mijn broeder, mijn roem, mijn vreugde, helft van mijn ziel, put kracht uit mijn komst!' Toen sloeg Petrus zijn ogen op en herkende hem. Hij liet zijn tranen de vrije loop, maar hij was niet in staat iets tegen hem te zeggen. Paulus schoot hem te hulp; hij maakte met moeite zijn mond open en sterkte hem door hem eten te geven. Toen Petrus door het voedsel op krachten was gekomen, stortte hij zich in de armen van Paulus en kuste hem; beiden weenden lange tijd.
Paulus ging heimelijk weer terug en zei tegen Theophilus: 'Goede Theophilus, groot is uw roem en uw hoffelijkheid, die de vriendin is van de rechtschapenheid. Maar een klein kwaad brengt veel oneer teweeg. Herinner u wat u gedaan hebt met die godsvereerder die Petrus heet alsof het om iets belangrijks ging. In lompen, smerig, uitgemergeld - in alles is hij onbetekenend, alleen door zijn woorden is hij bijzonder. En u vindt dat u zo iemand in de gevangenis moet zetten? Als hij daarentegen vrij zou zijn zoals vroeger, zou hij u met het een of ander van nut kunnen zijn. Want, zoals sommige mensen over hem vertellen, hij geneest zieken en wekt doden weer op.' Theophilus antwoordde: 'Dat zijn sprookjes, Paulus, wat u daar zegt. Als hij doden kon opwekken, zou hij zichzelf ook uit de gevangenis bevrijden.' Paulus zei: 'Zoals zijn Christus, naar ze zeggen, uit de doden is opgestaan maar toch niet van het kruis wilde komen, zo wil Petrus, naar men zegt, dat voorbeeld volgen en zich niet bevrijden, en is hij niet bang om voor Christus te lijden.' Theophilus antwoordde: 'Maak dan dat hij mijn zoon, die al veertien jaar dood is, weer tot leven wekt. Dan zal ik hem in vrijheid stellen zonder hem een haar te krenken.' Paulus ging de kerker in en vertelde dat hij beloofd had dat de zoon van de burgemeester uit de dood opgewekt zou worden. Petrus zei: 'Dat is iets ontzaglijks, Paulus, wat je daar beloofd hebt, maar door de kracht van de Heer heel gemakkelijk.' Petrus werd uit de gevangenis gehaald. Toen hij bij het geopende graf voor de jongen gebeden had, stond deze dadelijk op. Het lijkt overigens niet in alle opzichten erg waarschijnlijk dat Paulus met menselijke listigheid verzon dat hij dergelijke ambachten kende of dat het vonnis over die jongeman veertien jaar lang opgeschort zou zijn.
En vervolgens komt de stoel ter sprake:
Toen bekeerden Theophilus en het hele volk van Antiochië en zeer vele anderen zich tot het geloof in de Heer. Zij bouwden een prachtige kerk en plaatsten midden in die kerk een hoge zetel. En zij verhieven Petrus op die zetel, zodat hij door iedereen gehoord en gezien kon worden. Hij bezette die zetel zeven jaar. Daarna kwam hij naar Rome en bezette vijfentwintig jaar de Romeinse zetel. Maar de Kerk viert het eerstgenoemde eerbewijs, omdat toen voor het eerst de bisschoppen van de Kerk onderscheiden werden met een zetel, een bestuursmacht en een titel. Toen ging in vervulling wat gezegd wordt in de Psalm: 'Exaltent eum in ecclesia', enzovoort.*
(Legenda Aurea 44,3-41)
Hierna volgen nog uitgebreid de tweede reden (omdat tienduizend mensen in Antiochië zich hadden berkeerd), de derde (om het Romeinse parentalia-feest te kerstenen) en vierde reden (uit eerbied voor de kroon van de geestelijken).

Het Roomse Martelaarsboek kent twee liturgische feesten ter ere van Petrus' Stoel.
  • 22 februari: vanwege zijn verblijf in Antiochië.
    Dit is het oudste feest, maar omdat het in de vastentijd viel werd het ook gevierd op ...
  • 18 januari: nu hield het verband met Petrus' bisschopsambt in Rome.
    Het werd in 1558 zeker ook ingesteld om het primaatschap van de paus te benadrukken.
In 1960 werd het feest van 18 januari geschrapt, maar traditionele katholieken die de veranderingen van Vaticanum II niet aanvaarden houden nog steeds beide feestdagen in ere.

De Heilige Stoel of Apostolische Stoel is tegenwoordig de officiële benaming voor de regering van de roomskatholieke Kerk, bestaande uit de paus, het staatssecretariaat en de curie.
* De Voragine citeert hier Psalm 106:32 die over God (!) spreekt, voluit in de Vulgaat: 'Et exaltent eum in ecclesia plebis, et in cathedra seniorum laudent eum, 'En laten zij Hem verheerlijken in de vergadering van het volk, en Hem loven op de zetel van de oudsten.'
Gian Lorenzo Bernini (1598-1680)
Reliekhouder Stoel van Petrus (1657-66)
Rome - Sint-Pieter
2016 Paul Verheijen / Nijmegen