|
||
Jongeman met opgerolde tekstOp het door Jan van Eyck geschilderde hier afgebeelde kleine portret, zien we een jongeman met een enigszins afwezige uitdrukking in zijn gezicht. Het lijkt in eerste instantie wat vlak, maar bij nadere bestudering zit het toch vol met levensechte details: rimpels op het voorhoofd, plooien boven de oogleden en forse kin. In zijn rechterhand houdt hij een opgerolde tekst vast.Hij zit achter een vervallen borstwering of balustrade, geschilderd in trompe l'oeil. In het midden staat de Franse inscriptie LEAL SOVVENIR, 'waarachtige herinnering'. We hebben hier dus mogelijk te maken met een memorietafel, een herinneringsportret van een overleden persoon. Onderaan is het portret in het Latijn gesigneerd en gedateerd: Actu[m] an[n]o d[omi]ni. 1432. 10. die octobris. a. ioh[anne] de Eyck, 'gemaakt op 10 oktober 1432 door Jan van Eyck'. Het is onzeker wie de man is die hier door Van Eyck wordt uitgebeeld. Geeft de tekst bovenaan de balustrade uitsluitsel? De Griekse tekst bovenop de stenen balustrade, getranscribeerd als ΤΥΜ.ωΘΕΟς (Tymotheos), is al eeuwenlang een bron van discussie onder kunsthistorici. Er zijn drie hoofdtypes van interpretatie:
|
||
Medewerker van PaulusWie hier dan ook geportretteerd wordt: hieronder volgt meer informatie over de bijbelse Timoteüs.In Lystra ontmoette Paulus een leerling die Timoteüs heette, de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw en een Griekse vader. Timoteüs stond goed aangeschreven bij de gelovigen in Lystra en Ikonium. Paulus nam hem met zich mee op reis, nadat hij hem eerst had laten besnijden ter wille van de Joden (Handelingen van de apostelen 16:1-3). Timoteüs kreeg van Paulus allerlei taken toevertrouwd bij de zorg voor de kleine her en der verspreide christelijke gemeentes in de Griekse wereld. Paulus raakte gesteld op Timoteüs die hij in zijn brieven zijn waarachtige en geliefde kind noemt. Twee brieven aan Timoteüs zijn in de bijbel bewaard gebleven en melden als afzender 'Van Paulus'. Eusebius van Caesarea meldt in zijn Kerkgeschiedenis uit circa 400, dat Timoteüs na Paulus' dood bisschop van Efeze was. Legendarische, Griekse Akten van Timoteüs, in de 4e eeuw te Efeze vervaardigd, beschrijven zijn optreden aldaar in woord en daad met wonderen en zijn gewelddadige dood onder keizer Domitianus (81-96). In 356 is zijn gebeente uit Efeze naar de Apostelkerk in Constantinopel overgebracht. Johannes van Damascus (eerste helft 8e eeuw) zegt dat Timotheüs met onder meer Dionysios de Areopagiet (Handelingen 17:34) bij de dood van Maria aanwezig zou zijn geweest. Timoteüs' liturgische feestdag wisselde in de loop der tijd: 22 januari, 26 januari of 27 januari. Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 24 januari: Te Efeze de heilige Timoteüs, een leerling van de zalige apostel Paulus, door wie hij tot bisschop van Efeze gewijd is. Na veel strijden voor Christus is hij daar gestenigd, toen hij hen, die aan Diana offers brachten, berispte en kort daarna is hij in de Heer ontslapen.Zijn translatie wordt herdacht op 9 mei samen met die van Andreas en Lucas. |
||
SlotgroetenDe tweede brief van Paulus aan Timoteüs eindigt met een groet waarin hij negen personen met naam noemt:Groet Prisca en Aquila, en de huisgenoten van Onesiforus. Erastus is in Korinte gebleven, Trofimus heb ik ziek in Milete achtergelaten. Probeer voor de winter te komen. Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle andere broeders en zusters laten je groeten. De Heer zij met je. Genade zij met jullie.Van de eerst genoemde vijf personen is nauwelijks iets bekend en de vier als laatste genoemde personen worden in het Tweede Testament nergens meer genoemd. Het kon niet uitblijven dat er rond deze figuren legendevorming ontstond en verwarring met andere personen met dezelfde naam. De legendes leverden voldoende stof om de negen door Paulus genoemde personen op de heiligencanon te plaatsen:
|
||
Gezin van Pudens?
Op een of andere wijze werden met deze groep die Paulus groet in verschillende legendes nog vijf andere personen in verband gebracht. Het bij elkaar harken van verschillende heiligen binnen één verband als gevolg van karige dan wel ontbrekende gegevens of van naamsverwisseling, maakt deze groep heiligen tamelijk onoverzichtelijk. Pudens, Linus en Claudia werden in bepaalde legenden als gezin bij elkaar gezet en soms ook nog eens aangevuld met andere min of meer legendarische heilige gezinsleden. Dat leverde deze volledig gefingeerde stamboom op.
Hieronder een overzicht uit het Roomse Martelaarsboek van de vijf 'toegevoegde' heiligen.
| ||
Praxedes en PudentianaJacobus de Voragine besteedt in zijn Legenda Aurea in het korte hoofdstuk 91 van slechts vijf paragrafen aandacht aan Praxedes.Praxedis betekent groen, van 'praxim', groen; vandaar Praxedis, omdat zij groende en bloeide met de bloem van haar maagdelijkheid. De maagd Praxedis was een zuster van de heilige Potentiana. Zij waren zusters van de heilige Novatus en Timoteüs, die door de apostelen in het geloof werden onderricht. Toen de vervolging woedde, begroeven de gezusters de lichamen van vele christenen, deelden hun eigen vermogen uit onder de armen en ontsliepen ten slotte in vrede omstreeks het jaar des Heren 165 onder Marcus Aurelius en Lucius Verus.Historische gegevens over Praxedes, Potentiana, Novatus en Timoteüs ontbreken en pas in de 7e eeuw duikt er een bericht op dat in de catacombe van Priscilla de twee zussen Praxedes en Potentiana (dezelfde als Pudentiana?) worden vereerd. Hun namen verschenen in Acta, 'Handelingen’, die echter een zeer groot legende-karakter vertonen. Volgens deze Acta erfde Potentiana de thermen van Novatus en zou ze er een kerk van hebben laten maken. Andere legendes noemen Praxedes de dochter van Claudia en van Bretonse komaf en melden dat zij veel deed voor martelaren, (ook?) in de tijd van de vervolgingen door Antoninus, voorganger van Marcus Aurelius. Sommigen verborg zij in haar huis, anderen wekte zij op tot heldhaftige belijdenis, weer anderen begroef zij en gevangenen bracht zij noodzakelijk voedsel en kleding. Toen zij de gruwelijke onderdrukking van de christenen niet langer kon aanzien, smeekte zij God haar uit dit dal van ellende weg te nemen. Haar gebed werd verhoord en ze zou zijn bijgezet in de catacomben van Priscilla. In Rome hebben beide zussen een eigen kerk op hun naam gekregen: |
||
|
Jan van Eyck (ca 1390-1441)
Leal Souvenir / Portret van een jongeman / Timoteüs (1432) Olieverf op paneel, 33 x 19 cm Londen - National Gallery |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |