Paul Verheijen

ALBRECHT DÜRER

Rozenkransfeest

Hoogtepunt

Wan ich hab den Tewczschen zw molen ein thaffel, dofon geben sy mir hundert vnd tzehen gulden reinsch [...] So will jch sy von stund an heben zw molen. Wann sy mus, ob gott will, ein monett noch osternn awf dem altar sten.
Ik moet voor de Duitsers een retabel schilderen, waarvoor ze mij 110 Rijnse guldens geven [...] Vanaf dat moment zal ik beginnen te schilderen. Want het moet, als God het wil, een maand na Pasen op het altaar staan
Dit schreef Albrecht Dürer in een brief aan zijn vriend, de Neurenbergse patriciër en humanist Willibald Pirckheimer.
Het omvangrijke en veelzijdige oeuvre van Albrecht Dürer ontwikkelde zich op het grensvlak van de metafysische wereldbeschouwing van de late middeleeuwen, met haar diepe vroomheid, en de nieuwe visie op de wereld, die werd gekenmerkt door een herleving van de antieke wijsheid en een streven naar een persoonlijke artistieke uitdrukking.

Op het hoogtepunt van zijn artistieke ontwikkeling reisde Dürer opnieuw naar Italië om zich te meten met de nieuwe kunststromingen. In Venetië schilderde hij dit Maria pild, zoals hij het zelf betitelde. De naam 'Rozenkransfeest' duikt pas op in 1836 en is feitelijk onjuist omdat het liturgische Rozenkransfeest op 7 oktober pas werd ingesteld in 1571. Het was bestemd voor de kerk van San Bartolomeo in opdracht van het Duitse Broederschap van de Heilige Rozenkrans dat in 1504 was opgericht door Leonhard Wild (Vilt) een handelaar en drukker in Venetië afkomstig uit Regensburg.
Ondanks moeilijke omstandigheden schiep hij een werk van vreugdevolle stemming, waarmee hij zijn dankbaarheid aan Italië en zijn bewondering voor de nestor van de Venetiaanse schilderkunst, Giovanni Bellini, tot uitdrukking bracht.

De individuele gelaatstrekken van de afgebeelde gelovigen suggereren dat het portretten zijn van de schenkers of van vooraanstaande tijdgenoten. Verschillende pogingen zijn ondernomen deze te identificeren, maar van slechts twee figuren is dat met zekerheid te zeggen: keizer Maximiliaan in het rode gewaad en Dürer zelf, die rechts op de achtergrond staat.

De rozenkransen worden op in het schilderij niet alleen uitgedeeld, maar dienen ook als een soort kroon. Moet dit in verband worden gebracht met het streven van Maximiliaan I (1459-1519) in Rome tot keizer gekroond te worden? Het schilderij zou dan gaan om een 'politieke voorstelling'. Om zijn ambitie kracht bij te zetten reisde Maximiliaan naar de paus in Rome, maar de reis werd in Venetië door vijanden geblokkeerd. De afgebeelde figuren zouden dan tot zijn gevolg hebben behoord. In 1508 riep Maximiliaan zichzelf overigens in Trente maar uit tot keizer van het Heilige Roomse Rijk met goedkeuring van de paus, maar dus zonder de traditionele ceremonie in Rome. Die kroning vindt wel plaats op het schilderij, maar dan met een rozenkrans.
In de 19e eeuw zijn enkele delen van dit schilderij beschadigd waaronder het hoofd van de paus. Een restaurateur herstelde het hoofd van de paus mogelijk aan de hand van tekening 1 of 7 (zie onder) of op grond van portretten van Julius II.

In de opdracht was het programma nauwkeurig vastgelegd en in alle onderdelen zorgvuldig uitgewerkt. De gelovigen, met voorop de paus en de keizer, voorgesteld als leden van een groot rozenkransbroederschap, verheerlijken de Madonna en Dominicus en ontvangen uit hun handen de zegen in de symbolische vorm van rozenkransen, gevlochten uit rozen. Onder de naderende figuren schiep Dürer een reeks portretten. De keizer ontvangt zijn krans van de Maagd Maria, de paus – voor wie het Christuskind zich buigt – ontvangt de krans uit de hand van Dominicus.

Op de achtergrond rechts schilderde Dürer, in het eerste representatieve groepszelfportret van een Midden-Europees kunstenaar, zichzelf met een cartellino in zijn duidelijk zichtbaar eigen handschrift:
Exegit quinque / mestri spatio Albertus / Dürer Germanus / MDVI / AD (in ligatuur)
'Albrecht Dürer de Duitser voltooide dit in vijf maanden tijds in 1506'
Mogelijk is deze tekst later aangebracht omdat ze op de oudste kopieën ontbreekt.

In dit werk is Dürers bewondering voor Italië zichtbaar in de compositie en het kleurgebruik, bijvoorbeeld in de harmonische en symmetrische opbouw rond de centrale as en in de levendige Venetiaanse kleuren. Toch gaan de figuren niet zo volledig op in de landschappelijke ruimte als bij zijn Venetiaanse tijdgenoten, maar bewegen zij zich nog vóór een wijds landschapsperspectief.

Op vierendertigjarige leeftijd keerde Dürer uit Italië terug, verrijkt met nieuwe inzichten en ervaringen. Hij bevond zich op het hoogtepunt van zijn leven en kunstenaarschap en was voorbereid om voor de Duitse schilderkunst de weg naar de renaissance te openen.

Studies

Hoewel er geen compositieschetsen bewaard zijn gebleven – om nog maar te zwijgen van een volledige ontwerptekening – zijn er wel meer dan twintig penseeltekeningen van afzonderlijke details bewaard gebleven. Deze zorgvuldig gecomponeerde clair-obscurstudies uit 1506 - de meeste op carta azzurra, een in Venetië veelgebruikte papiersoort - dienden waarschijnlijk niet als voorstudies die vervolgens op het schilderoppervlak werden overgebracht. Dürer nam ze op in de inventaris van zijn atelier als losse studies of presenteerde ze als pronkstukken.

Hieronder een compilatie van tien van deze studies. Ze worden bewaard in het Albertina in Wenen (A), het Kupferstichkabinett in Berlijn (B), Morgan Library & Museum in New York (C) en de Bibliothèque National de France in Parijs (D).
  • 1 - Mantel van de paus
    waterverf, 43 x 29 cm (A)
  • 2 - Dominicus
    carta azzurra, 42 x 29 cm (A)
  • 3 - Bouwheer (Jörg Öchsl?)
    carta azzurra, 39 x 27 cm (B)
  • 4 - Biddende schenker
    carta azzurra, 30 x 24 cm (A)
  • 5 - Knielende schenker (Leonhard Wild?)
    carta azzurra, 32 x 20 cm (C)
  • 6 - Hoofd luitspelende engel
    carta azzurra, 27 x 21 cm (A)
  • 7 - Hoofd van de paus
    carta azzurra, 20 x 20 cm (B)
  • 8 - Handen van Maria
    carta azzurra, 21 x 17 cm (A)
  • 9 - Handen van keizer Maximiliaan I
    carta azzurra, 22 x 25 cm (A)
  • 10 - Handen van Dominicus
    carta azzurra, 24 x 18 cm (A)
  • 11 - Kind Jezus
    carta azzurra, 28 x 38 cm (D)
Albrecht Dürer (1471-1528)
Rozenkransfeest (1506)
Olieverf/Ei-tempera? op paneel, 162 x 192 cm
Praag - Národní Galerie
2016 Paul Verheijen / Nijmegen