Paul Verheijen

MARTINUS VAN TOURS
Sint-Maarten

Christensoldaat - Legenden - Halve mantel - Opvolger Brictius - Bedelfeesten - Folklore

Christensoldaat

De soldaatheilige Martinus werd circa 315 geboren in Pannonië, het huidige Hongarije ten westen van de Donau.
Zijn vader was een Romeinse officier en toen Martinus 15 jaar was, ging ook hij in het leger om daarin carrière te maken.
Hij deed dienst als bodyguard van de keizer en werd officier.
Nadat Martinus door Hilarius van Poitiers was gedoopt, verklaarde hij kort voor een gevecht dat zijn geloof hem verbood te vechten.
Beschuldigd van luiheid werd hij gevangengezet en als straf zou hij in de frontlinie van de strijd gezet worden.
Maar met de vijand werd vrede gesloten en het gevecht vond nooit plaats.
Martinus werd uit militaire dienst ontslagen, werd leerling van Hilarius en reisde hij door Europa om het werelddeel te kerstenen.
Heiligen die land ontgonnen om het christendom te kunnen brengen worden ontginningsheiligen genoemd.
Bonifatius is een ander voorbeeld van zo'n ontginningsheilige.
In 360 stichtte Martinus een klooster in Ligugé bij Poitiers waar hij twaalf jaar verbleef, waarna hij bisschop van Tours werd.
In 397 stierf hij in Candes bij Tours.

Legenden

Niet lang na zijn dood werd Martinus vooral in Frankrijk en de Nederlanden bijzonder populair, dankzij de Vita Sancti Martini, geschreven door Sulpicius Severus (363-420/25).
Het bestaat uit 27 korte hoofdstukken. Vooral in de middeleeuwen was deze Vita zeer bekend en beroemd en omdat Severus Maarten persoonlijk goed gekend had, als het meest betrouwbare werk over de heilige gezien. Het biedt ook een belangrijk inzicht in het begin van de geschiedenis van monniken in Europa. Voor de huidige mens bevat de Vita echter de meest wonderlijke verhalen, die volgens de smaak van de tijd verwijzen naar Martinus' voortreffelijkheid en naar zijn macht om kwaad en ziekten te trotseren.
De Legenda Aurea schrijft in hoofdstuk 162 drie dodenopwekkingen aan hem toe, waarvan de tweede geschiedde op de manier van de profeten Elia en Elisa
De belangrijkste gebeurtenissen die in de iconografie van Sint-Maarten een rol spelen, zijn te vinden in een frescocyclus van Simone Martini in een zijkapel van de benedenkerk van de San Francesco in Assisi.

Halve mantel

De meest bekende legende over Sint-Maarten refereert aan een van de zogenaamde werken van barmhartigheid die Christus uitspreekt in Matteüs 25,35-36: ik was naakt en jullie kleedden mij.
Toen hij op een winterdag in Amiens de stadspoort doorging, trof hij een arme, naakte man op zijn weg. Omdat deze van niemand een aalmoes had gekregen, begreep Martinus dat deze man voor hem was bewaard. Hij greep zijn zwaard en deelde de mantel, de enige die hij nog had, in tweeën. Een deel gaf hij aan de arme, wat er overbleef sloeg hij zelf weer om. De volgende nacht zag hij Christus, gekleed met het stuk van zijn mantel waarmee hij de arme bedekt had, en hoorde Hem tot de engelen die om Hem heen stonden zeggen: 'Martinus, die nog maar een doopleerling is, heeft mij met dit kledingstuk bedekt'. De heilige werd daar niet hoogmoedig door, maar herkende erin Gods goedheid en liet zich op zijn achttiende jaar dopen. Hij diende nog twee jaar in het leger op aandringen van zijn tribuun, die beloofde dat hij na afloop van zijn tribunaat de wereld vaarwel zou zeggen.
(Legenda Aurea 162,12-16)
De mantel van Martinus heet in het Latijn een chlamys, een leenwoord uit het Grieks.
Het was een korte ruiter- en reismantel van de Grieken die bestond uit een rechthoekig stuk doek, dat over de linkerschouder werd geworpen en met een fibula op de rechterschouder werd vastgespeld.
Het kledingstuk werd vooral gedragen door officieren en daarom zie je het vaak op afbeeldingen van soldaatheiligen.

Waarom gaf Martinus de arme man slechts een halve mantel?
Het antwoord daarop is vrij simpel: een Romeinse soldatenmantel werd voor de helft door de soldaat gekocht en bleef zijn eigendom, de andere helft werd betaald door en bleef eigendom van het Romeinse leger.
Martinus kon dus slechts zijn eigen helft van de mantel weggeven.

De riddermantel, in het Italiaans een cappa, werd in de 9e eeuw overgebracht naar het paleis van Karel de Grote in Aken.
Alle kleine gewijde ruimtes die voor een bijzonder doel waren ingericht, werden vanaf toen capella genoemd en degene die de zorg had voor deze ruimte heette cappellanus, kapelaan.
Nog steeds herinnert de Franse naam van Aken aan deze legendarische 'cappa' van Sint-Maarten: Aix-la-Chapelle.

Opvolger Brictius

Over Martinus' latere opvolger Brictius schrijft de Legenda Aurea dat hij erg afgunstig was op Martinus en hem voor malloot uitmaakte.
Desondanks voorspelde Martinus dat hij diens opvolger als bisschop zou worden, maar dat hij veel tegenspoed zou ondervinden.
Brictius werd inderdaad bisschop, maar werd beschuldigd de vader te zijn van een bij een non verwekt kind.
Hij bewees zijn onschuld doordat de dertig dagen oude baby verklaarde: Non est pater meus, dit is mijn vader niet.
Het volk beschouwde die verklaring echter als een toverkunst en wilde Brictius kwijt als bisschop.
Toen droeg hij om nogmaals zijn onschuld te bewijzen voor aller ogen gloeiende kolen tot bij het graf van Martinus.
Zijn kleren bleven daarbij ongeschonden en hij zei: ‘Zoals dit kledingstuk niet door de kolen is aangetast, zo is mijn lichaam vrij van aanraking door een vrouw.’
Maar het volk geloofde hem nog steeds niet.
Ze vernederden en beledigden Brictius en ontzetten hem uit zijn ambt.
Zo gingen de woorden die Martinus had gesproken in vervulling.
In tranen gaat Brictius naar de paus en doet zeven jaar boete voor alles wat hij tegen Martinus had misdaan.
Daarna kreeg hij zijn bisschopsambt weer terug.
(Legenda Aurea 163,1-38)

De scène van de sprekende baby die de onschuld van een van ontucht verdachte vader bewijst, vinden we met varianten ook in de legendes rond Simon en Judas en Antonius van Padua.
De relieken van Brictius bevonden zich eerst in Clermont-Ferrand en nu in de San Michele in Pavia.
De kerk viert zijn feest op 13 november, twee dagen na dat van Martinus.

Gertrud Büscher-Eilert (1914-2004)
Drie scènes uit leven Brictius (1985)
  • Maakt Martinus belachelijk
  • Ontkent vader van een kind te zijn
  • Doet boete bij de paus
    Houten sokkel
    Schöppingen - St-Brictiuskirche
  • Bedelfeesten

    Sint Maarten was eeuwenlang vooral een feest voor de armen. Het was in de winter moeilijker om aan eten te komen en daarom had de kerk meerdere feesten ingesteld waarop aandacht voor de armen werd gevraagd. Tijdens deze zogenaamde ‘bedelfeesten’ kregen de armen wat extra voedsel toegestopt om de lange winter door te komen. Naast Sint Maarten waren ook Driekoningen en Sinterklaas bedelfeesten in de wintermaanden. Sint Maarten was dus vooral een feest voor de armen.
    Pas aan het begin van de 20e eeuw begonnen ook rijkere mensen Sint Maarten te vieren. Rijken hadden zich lange tijd te goed gevoeld voor de bedelpraktijken van Sint Maarten. Maar nu werd de Sint Maarten-traditie gezien als nationaal cultuurgoed. Kinderen werden voortaan met zelfgemaakte lampionnen langs de deur gestuurd om te ‘bedelen’ om snoep. Een bedelfeest voor kinderen in plaats van voor armen.

    Folklore

    Martinus, apostel van Europa en volksheilige, is misschien wel de populairste heilige van Frankrijk.
    Er zijn in dat land 485 gehuchten en dorpen en een kleine 4000 parochiekerken met zijn naam.
    Martinus werd de eerste patroon van Frankrijk en reeds vroeg ook schutspatroon van soldaten, bedelaars, kleermakers en wijnboeren.
    Hoewel hij voor zover bekend nooit een voet op Nederlandse grond heeft gezet, werd Maarten ook in ons land een populaire heilige met een kleine 100 kerken die naar hem genoemd zijn.
    De stad Utrecht heeft Sint-Maarten als stadspatroon en het stadswapen met een rood en een wit veld gaat volgens de traditie terug op op zijn rode mantel en witte onderkleed.
    Hij staat op verschillende dagen op de liturgische kalender:
    • 11 november (Westerse Kerk)
    • 12 november (Griekse Kerk)
    • 4 juli (Bisschopswijding en inwijding basiliek Tours)
    • 12 mei (Translatie)
    In 480 werd het zogenaamde Sint-Maartensvasten ingevoerd naar analogie van de 40-daagse vastentijd voor Pasen.
    40 dagen voor Kerstmis - de zondagen niet meegerekend - valt op 11 november en deze dag werd traditioneel ook het begin van de carnavalsperiode.
    Rond deze datum ontstonden allerlei feestelijke (voor-christelijke) tradities en onheil afwerende gebruiken, die verband houden met seizoenswisseling of ontstaan zijn naar analogie van gewoonten rond Nicolaas van Myra of carnaval.
    Ook op Sint-Maarten strooit men op sommige plaatsen snoepgoed.
    In andere plaatsen worden optochten georganiseerd of vreugdevuren ontstoken.
    Vrij algemeen is de optocht waarbij kinderen lampionnen maken of een koolraap, suikerbiet of pompoen uithollen en daarmee langs de deuren gaan.
    Daar zingen ze speciale liedjes en krijgen in ruil snoep of fruit.
    Vroeger werd veel gebruikgemaakt van de foekepot of rommelpot, een volksmuziekinstrument dat bestaat uit een aardewerken pot met een vlies erover gespannen en bedoeld om de liedjes die bij de rondgang werden gezongen te begeleiden.
    Onder invloed van Halloween gaan sommige kinderen nu ook verkleed langs de deuren.