Paul Verheijen

VORSTEN & VORSTINNEN

Kerkpolitieke heiligheid

In de vroege middeleeuwen werd de verbreiding van de christelijke cultuur vooral mogelijk gemaakt door schenkingen van adellijke families: zij stichtten kerken, kloosters en kapellen, en voorzagen in het onderhoud van bisschoppen en geestelijken. Omdat dat toen nog heel zeldzaam was, en bepaald ongewoon, werden vele soms zelfs alle leden van vorstenhuizen heilig verklaard. Hieronder een kleine selectie van zulke heiligen:
  • Merovingische huis (5e - 8e eeuw)
    • Walbertus (Waldebertus), hertog van Lotharingen en graaf van Henegouwen en Bertilla (Bertilia) (feestdag 11 mei of 18 september al dan niet samen of alleen) hadden twee dochters:
    • Waldetrudis (Waltrudis)
      Zij trad in het huwelijk met Madelgarius en kreeg vier kinderen. Ze kreeg een visioen van Gaugericus van Cambai (feestdag 11 augustus). Hij reikte haar een beker aan wat zij opvatte dat zij net als Jezus een offer moest brengen. Daarom koos ze evenals haar man voor een kloosterleven. Waldetrudis stichtte een klooster in Bergen/Mons in België. Haar feestdag als heilige is op 9 april, 12 augustus en 2 november. Madelgarius trok zich terug in Hautmont in Noord-Frankrijk en nam de kloosternaam Vincentius aan. Hij wordt liturgisch herdacht op 14 juli. Ook de vier kinderen gingen in het klooster en werden heiligverklaard: Madelberta (7 september), Dentelinus Adeltrudis (feestdag 25 februari of 26 februari in een schrikkeljaar) en Landricus (17 april). Waldetrudis was de tante van Aya van Mons (18 april).
    • Aldegonda (Aldegondis, Adelgunde)
      Roomse Martelaarsboek op 30 januari:
      In Henegouwen in het klooster te Maubeuge de gedachtenis van de heilige maagd Aldegondis, ten tijde van koning Dagobert.
      Aldegonda, geboren rond 630, weigerde een huwelijk. Ze ontvluchtte haar minnaar, de zoon van de koning van Engeland, maar kon niet verder bij de rivier de Sambre. Twee engelen brachten haar droog naar de overkant. Daar werd ze eerst non in het klooster waar haar oudere zus Waldetrudis abdis was. Vervolgens werd ze zelf stichteres en eerste abdis van een klooster aan de Sambre. Het kapelletje dat ze oprichtte aan de overzijde van die rivier was de eerste kern van de stad Maubeuge. Hier ontstond haar geestelijke vriendschap met Humbertus van Maroilles (feestdag 25 maart).
      Ze kon kaarsen laten branden door ze slechts aan te raken. Met haar zus doofde ze een kloosterbrand.
      Aldegonda overleed ergens tussen 680 en 700 en haar lichaam werd bijgezet naast dat van haar ouders in het bij Maubeuge gelegen Coulsore, maar kort daarna overgebracht naar het klooster in Maubeuge.
      Omdat ze tijdens haar leven visioenen had en wonderen verrichtte, werd ze al snel na haar dood als heilige vereerd. In Maubeuge bewaart men een sandaal en de sluier van haar.
    • Chlotildis van Frankrijk (3 juni)
    • Ida van Nijvel (8 mei)
    • Aldegonda van Maubeuge (30 januari)
  • Lotharingse huis (eind 7e-eeuw, begin 8e-eeuw)
    • Witger van Lotharingen (10 juli)
      Benedictijn in Lobbes.
    • Amalberga van Maubeuge (8 juli of ook 10 juli)
      Benedictines in Maubeuge.
    • Reinhildis van Kontich (16 juli of 21 juli)
      Benedictines in Lobbes.
    • Goedele van Brussel (8 januari)
      Kluizenares in het klooster van haar tante ...
    • Gertrudis van Nijvel.
    • Emebertus van Cambrai-Arras (15 januari)
      Bisschop.
  • Karolingische huis (8e - 10e eeuw)
Vorsten en vorstinnen werden vanaf het midden van de 5e eeuw vrijwel altijd als heilige figuren afgebeeld. In de kroning van de christelijke keizers door de patriarch van Constantinopel vanaf 457 leefde niet alleen de antieke opvatting over 'goddelijkheid' van de Romeinse keizer voort, maar kwam ook de idee van Paulus over het gezag tot uiting: de vorst stelt het goddelijk gezag op aarde tegenwoordig (Romeinen 13:1-7). Bovendien straalde het 'koningschap' van Jezus (Lucas 1:32-33 en Openbaring 1:5) of op de aardse troon. En door de zalving vanaf de Merovingische vorsten, afgeleid van 1 Samuël 16:11-13, ontwikkelde het koningschap zich in de middeleeuwen tot een 'achtste sacrament'. De vorst is alleen al door zijn waardigheid een kerkelijke, heilige figuur. De glans van zijn waardigheid straalde of op zijn vrouw, de vorstin. Tot aan de verlichting en de Franse revolutie leefden deze ideeën, van tijd tot tijd aangepast, in Europa voort.

Soms kwam daar, al dan niet op reële gronden, de reputatie van persoonlijke heiligheid bij. Maar het is zeker niet alleen om persoonlijke heiligheid dat vorsten hoe edelmoedig ook, als heiligen werden vereerd. De redenen van hun verering zal men meestal moeten zoeken in kerkpolitieke motieven en in legendarische achtergronden. De individuele heldhaftigheid van vorsten en vorstinnen werd - naast de algemene insignes van het koningschap - in de iconografie vooral aangegeven door attributen bij hun 'portret' en door scènes in de levenscycli die hun heilige en verheven daden illustreerden. Het heilig ambt werd in de oudheid aangeduid door de verheven troon en de uitermate heilige houding van de keizer, ontwikkeld in het protocol aan het Byzantijnse hof. In de middeleeuwen kwamen daar de aan de vorst bij zijn kroning overgereikte regalia bij, de tekens van de waardigheid: de met hermelijn gevoerde koningsmantel met eveneens hermelijnen kraag, de keizers- of koningskroon die qua vorm verschilde van volk tot volk, de scepter of een wereldglobe en het zwaard als teken van de wereldlijke macht. Bij de vorstelijke heilige die afstand deed van de waardigheid liggen dergelijke attributen op de grond. In het Westen worden heilige vorstinnen in de middeleeuwen, terwijl zij toch door attributen in haar functie kenbaar blijven, graag afgebeeld in de dracht van maagden, martelaressen of monialen, wellicht om haar als ideaal ervaren of toegedichte eenvoud en nederigheid te benadrukken.
Van de 11e tot en met de 17e eeuw zijn zo'n zestig telgen uit koninklijke families heiligverklaard. Van hen is de helft vrouw, een hoogpercentage als je bedenkt dat het percentage van alle heilige vrouwen in die periode amper 18 procent. Een op de zes was gehuwd en moeder, maar meestal vroeg weduwe, wat hun in staat stelde een leven in kloosterachtige sfeer te eindigen.
Handschrift rond 1250 (Wolfenbüttel - Herzog August Bibliothek) - stamboom Karolingsche huis
2016 Paul Verheijen / Nijmegen