Titulus PudentisDeze kerk is een van de oudste christelijke cultusplaatsen in Rome. De omstreeks 390 gebouwde en nu halfweggezakte kerk met 12e eeuwse romaanse campanile staat op een Romeins huis uit de 2e eeuw van senator Pudens. Over dit huis en de bewoners ervan ontstonden allerlei legendes, onder andere in de Actas Pastoris, ook bekend als de Acta Pudentis. Dit geschrift is pseudepigraaf, wat betekent dat het opgesteld is onder de verzonnen naam Pastor om het autoriteit te geven. De tekst is geschreven in de vorm van een brief. Volgens de legende was Pastor een tijdgenoot van de familie van Pudens en een broer van Pius I. Historici en theologen zijn het erover eens dat de brief in zijn huidige vorm fictief is. De werkelijke tekst is pas eeuwen later geschreven door een anonieme auteur, vermoedelijk rond de 4e, 5e of 6e eeuw, om de oorsprong en de heiligenstatus van de Romeinse kerken Santa Pudenziana en Santa Prassede te legitimeren.De legende weet te melden dat Petrus in het huis van Pudens vaak te gast was. Ook Paulus zou hier gewoond hebben en Marcus zou er zijn evangelie hebben geschreven. Pudens wordt door Paulus genoemd in de slotgroet van de tweede brief aan Timoteüs. Volgens sommige bronnen heette deze Pudens voluit Quintus Cornelius Pudens, senator van Rome. De stamboom van zijn gezin is uitermate verwarrend en in verschillende bronnen zeker niet eensluidend. Als zijn kinderen worden genoemd Praxedes, Pudentiana (=Potentiana?), Novatus (=Linus?) en Timoteüs. In zijn huis Domus Pudentiana kwamen in de eerste eeuw christenen bijeen. Hij werd begraven in de catacomben van Priscilla en sinds de 4e of 5e eeuw bestond er in Rome een Pudentianakerk. De Titulus Pudentis was een verbouwde zaal uit de 2e eeuw die dienst had gedaan als thermen. Voor zover bekend is het de oudste titelkerk van Rome. Deze plek droeg ook naam Ecclesia Pudentiana, kerk van Pudens, en verder ook nog Titulus Pastoris. Van lieverlee meende men dat de vrouwelijk klinkende naam Pudentiana zijn dochter was die in andere bronnen Potentiana wordt genoemd of mogelijk daarmee wordt verward. Waarschijnlijker is het dat Pudens op grond van deze naam in de traditie een dochter kreeg toebedeeld met de naam Pudentiana. Prassede en Pudentiana zouden in zijn huis gemarteld zijn. Omdat deze huiskerk door de eerste opvolgers van Petrus gebruikt zou zijn, kan ze dus ook als de eerste pauskerk worden beschouwd. Vanuit het huis hebben zij ook - illegaal - de kerk bestuurd, totdat Constantijn de Grote hun het Lateraan schonk. Achter de apsis van de huidige kerk bevindt zich een weinig veranderd deel van deze huiskerk. In dit verband kan nog vermeld worden dat in de Petruskapel van de kerk zich onder het altaar planken bevinden, die afkomstig zijn van de tafel waaraan Petrus de mis zou hebben opgedragen. |
Fries![]() Het middeleeuwse fries boven de hoofdingang is tijdens een negentiende-eeuwse restauratie gespaard gebleven. Het wordt gedateerd op de elfde eeuw, maar eerdere – achtste eeuw – en latere – veertiende eeuw – data worden eveneens genoemd. In de vijf tondi zijn afgebeeld van links naar rechts Pastor, Pudentiana, het Lam Gods, Praxedes en Pudens. De beide vrouwen houden olielampen vast. Een brandende lamp was symbool van de maagdelijkheid van een meisje. De inscripties in de tondi van Pudentiana en Praxedes verwijzen naar volle lampen (LA(M)PADE PLENA) en helder licht (LVMINE CLARO). |
Apsismozaïek![]() Op het mozaïek in de apsis uit 390 zit Christus onder een met edelstenen bezet kruis. Naast hem zien we 10 apostelen in Romeinse toga's, niet strak en stijf, maar vol beweging. Hun hoofden maken - wanneer we ze denkbeeldig met elkaar verbinden - een perfecte driehoek. In de 16e eeuw hebben twee apostelen het veld moeten ruimen bij een verbouwing. In zijn linkerhand houdt Christus een geopend boek met de tekst: dominus conservator ecclesiae pudentianae, Heer, bewaarder van de kerk van Pudens. Zijn rechterhand maakt het typische gebaar van een leraar. Twee vrouwen houden een krans boven het hoofd van Petrus en Paulus. Zijn het Prassede en Pudentiana of moeten we denken aan personificaties van de ecclesia ex circumcisione, de kerk voortgekomen uit de besnijdenis (het jodendom) en de ecclesia ex gentibus, de kerk voortgekomen uit de heidenen (het christendom). Petrus en Paulus waren respectievelijk voor en tegen het behoud van de besnijdenis. Paulus houdt een boek opengeslagen met de tekst liber generationes, de allereerste woorden van het Tweede Testament in de Latijnse Vulgaatvertaling. Hoewel de tekst uit het evangelie van Matteüs komt, draagt de figuur van Paulus dit boek vermoedelijk als symbool voor de verspreiding en de fundamenten van het Tweede Testament en de christelijke leer. De aanwezigheid van exact deze Latijnse bewoordingen suggereert overigens ook dat de makers van het mozaïek al direct gebruikmaakten van de destijds gloednieuwe Vulgaatvertaling van Hiëronymus. De hele compositie is omgeven door een hal, waarin een stad zichtbaar is. Is dit Rome in 390 of Jeruzalem met Heilig Graf en Golgota? In de avondhemel met gloeiende wolken zijn ietwat spookachtig de symbolen van de vier evangelisten afgebeeld. Het mozaïek is zo plastisch uitgebeeld dat je denkt aan de tijd van de renaissance. Van byzantisme is geen sprake. De figuren komen bijna uit het vlak naar voren. Het goud is spaarzaam en vooral gebruikt in het aureool van Christus en delen van het kruis boven hem. Foto's: 14 maart 2022 |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |