Paul Verheijen

STEFANO ROTONDO

Martelarencyclus fresco 30

Serie gruwelijke fresco's

Het hier afgebeelde fresco maakt deel uit van een omvangrijke letterlijke cyclus in de Santo Stefano Rotondo in Rome. De serie bestaat uit 32 vaak huiveringwekkende fresco's die het martelaarschap tonen van vele heiligen.
De fresco's zijn geschilderd door Niccolò Cirgignani, bijgenaam Il Pomarancio, en Matteo da Siena. In de fresco's zijn letters aangebracht die verwijzen naar het Latijnse onderschrift erbij. Op deze wijze kan er geen misverstand bestaan welke martelaren er zijn afgebeeld.

Het opschrift boven dit dertigste fresco is een citaat uit de Latijnse Vulgaatvertaling van 1 Korintiërs 15:54-55 dat voluit luidt:

CUM AUTEM MORTALE HOC INDUERIT IMMORTALITATEM, TUNC FIET SERMO QUI SCRIPTUS EST: ABSORPTA EST MORS IN VICTORIA
[En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is verslonden en overwonnen.]

Het onderschrift bij het fresco luidt:

IULIANO APOSTATA IMP.
A. IOANNES ET PAULUS ET BIBIANA
VIRGO INTERFICIUNTVR
B. ARTEMIUS SAXO A LAPICIDA
DISSECTO INCLUSUS OPPRIMITUR
C. PIGMENIUS IN TIBERIM
PRECIPITATUR
D. ALIJ ALIJS CRUCIATIBUS
SUPPLICIJSQUE MACTANTUR
VALENTE IMP. HAERETICO
E. OCTOGINA ECCLESIASTICI IN
ORDINIS VIVI IN NAVIM IMPOSITI
ALTUM DEVECTI CONCREMANTUR

[Onder keizer Julianus de Afvallige
A. werden Johannes, Paulus en de maagd Bibiana vermoord
B. werd Artemius door twee stenen verwond
C. werd Pigmenius in de Tiber geworpen
D. werden anderen onder verschillende folteringen onder keizer Valens gedood
E. werden tachtig christenen van de kerk op een schip verscheept en op volle zee verbrand]


Op de voorgrond (A) liggen ​​de onthoofde lijken van Johannes en Paulus (zie onder) naast Bibiana, wier nek gewond is. Daarachter (B) zien we het tafereel van Artemius die tussen twee molenstenen wordt geplet, zijn ogen en ingewanden barsten. Rechts (C), achter twee liggende figuren, wordt Pigmenius (feestdag 24 maart = Epigmenius?) door een soldaat de rivier ingeduwd en links (D) zijn de opgestapelde, levenloze lichamen van enkele christenen geschilderd. Geheel op de achtergrond (E) doemt een lieflijk landschap op met een rivier, een stad en een baai waar een schip tachtig martelaren vervoert die in brand worden gestoken.

Gallicanus, Johannes & Paulus

Wie zijn deze nogal geheimzinnige Johannes en Paulus? Waren het twee broers of is hier sprake van de apostel Paulus en Johannes (ofwel de Doper ofwel de Apostel/Evangelist), of zijn het twee soldaatheiligen in het leger van de ook heilig verklaarde Gallicanus?
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt deze legeraanvoerder nogal uitgebreid op 25 juni:
Te Alexandrië de heilige martelaar Gallicanus, een oud-consul. Hij had de eer van een triomftocht genoten, was zeer bevriend met keizer Constantijn en werd door de heiligen Johannes en Paulus tot het christengeloof bekeerd. Toen hij dit had aangenomen, week hij met de heilige Hilarinus uit naar Ostia aan de Tiber en wijdde zich geheel en al aan de gastenverzorging en de ziekenverpleging. Daar het gerucht hiervan zich over de gehele wereld verbreidde, kwamen velen van alle kanten daarheen en zagen die man, eertijds een partriciër en consul, de voeten van de armen wassen, de tafel dekken, water over de handen gieten, vol bezorgdheid de zieken bedienen en andere werken van liefdadigheid oefenen. Naderhand, onder Julianus de Afvallige, werd hij vandaar verdreven en ging hij naar Alexandrië. En toen daar de rechter Raucianus hem wilde dwingen om een offer op te dragen, en hij dit weigerde, doodde men hem met het zwaard en werd hij martelaar van Christus.
Hetzelfde Roomse Martelaarsboek herdenkt Johannes en Paulus een dag later op 26 juni:
Te Rome op de Monte Celio de heilige martelaren Johannes en Paulus, gebroeders. De een was praepositus (vooraan-staande), de andere primicerius (lijst-eerste) van de maagd Constantia, de dochter van keizer Constantijn. Later onder Julianus de Afvallige hebben zij beiden de palm van het martelaarschap door de dood met het zwaard verworven.
Ook de Legenda Aurea schrijft in hoofdstuk 82 deze titels op voor Johannes en Paulus.
Voordat De Voragine zijn verhaal over Johannes en Paulus vertelt, beschrijft hij ook de lotgevallen van Gallicanus. Die had zijn zinnen gezet op maagd Constantia.
Bij de beschrijving van Agnes in hoofdstuk 24 meldt De Voragine dat deze Constantia zeer ernstig melaats was, maar bij het graf van Agnes werd genezen als ze zou geloven in Christus. Ze werd genezen, liet een basiliek bouwen boven Agnes' graf, leefde verder als maagd en verzamelde door haar voorbeeld vele maagden om zich heen.
Constantia vertrouwde op God en beloofde haar vader dat zij met Gallicanus zou trouwen als hij de Scythen zou overwinnen. Ze stelde verder als voorwaarde dat haar twee zussen bij haar mochten wonen. In ruil zou zij Johannes en Paulus aan Gallicanus afstaan in de strijd. Gallicanus leed een verpletterende nederlaag en Johannes en Paulus droegen hem op een gelofte te doen aan God. Gallicanus kreeg een visioen van een jongeman met een kruis op zijn schouders die hem opdroeg zijn zwaard te pakken en hem te volgen. Daarmee liep Gallicanus midden door het kamp van de Scythen die door schrik werden bevangen. Zonder iemand te hoeven doden, onderwierp hij op deze wijze de Scythen, werd christen en keerde naar Rome terug. Ook hij wilde in onthouding verder leven en besloot niet met Constantia te trouwen.
Toen Julianus de Afvallige keizer werd, vernam hij dat Johannes en Paulus de erfenis van Constantia gebruikten om arme christenen te ondersteunen. Hij droeg hun op hem onderdanig te zijn. Zij weigerden dat omdat Julianus zijn oude Romeins-Egyptische zonnegodsdienst weer was gaan aanhangen. Julianus gaf hun tien dagen bedenktijd en dreigde met een doodvonnis indien zij niet in zijn dienst traden en niet aan Jupiter zouden offeren. Die dagen gebruikten ze echter om de rest van hun vermogen aan de armen uit te delen. Julianus hoorde daarvan en stuurde zijn dienaar Terentianus op hen af die het volgende beval:
'Onze heer Julianus heeft u een gouden beeldje van Jupiter gezonden voor wie u wierook moet branden. Anders zult u allebei tegelijk moeten sterven.' De heiligen zeiden tegen hem: 'Als Julianus uw heer is: leef in vrede met hem. Wij hebben geen andere heer dan de Heer Jezus Christus.' Toen liet Terentianus hen in het geheim onthoofden en in hun huis in een kuil begraven, terwijl hij het gerucht verspreidde dat ze in ballingschap waren gestuurd. Daarna werd zijn zoon door een demon gegrepen en begon in het huis te schreeuwen dat hij door een demon werd gekweld. Toen Terentianus dat zag, bekende hij zijn misdrijf en werd christen. Hij schreef het verslag van de marteldood van de heiligen. Zijn zoon werd van zijn bezetenheid verlost. De martelaren stierven omstreeks het jaar des Heren 364.
(Legenda Aurea 82,46-54)
In Rome draagt de kerk Santi Giovanni e Paolo hun naam.
Niccolò Cicignani ('Il Pomarancio') (1520-1597)
&
Matteo da Siena (1533-1588)
Martelaarschap van Johannes, Paulus, Artemius, Pigmentus, Bibiana uit 80 priesters en anderen (1582)
Fresco
Rome - Santo Stefano Rotondo
2016 Paul Verheijen / Nijmegen