Paul Verheijen

AMBROSIUS

Politicus - Heilige - Legenda Aurea - Feestdagen - Kerkvader - Hymnen

Politicus

Ambrosius van Milaan is geboren in 339, waarschijnlijk te Trier.
Zijn vader was hoofd van de pretoriaanse prefectuur in Gallië en zijn moeder was een christin.
Hij had nog een tien jaar oudere zus Marcellina en een broer Satyrus die daar vlak onder kwam en eveneens als heiligen worden vereerd.
Na de dood van de vader woonde de familie te Rome.
Na een uitstekende opleiding was Ambrosius met 30 jaar al stadhouder van de provincies Aemilia en Liguria met als standplaats Milaan.
Toen daar de bisschopszetel in 374 vacant was, koos het volk hem tot opvolger.
De doop en de wijding, die hem al acht dagen later werd toegediend, moesten hem met zijn ervaring als regent gereedmaken voor het ambt, dat in zijn tijd ook de civiele rechtspraak inhield, in deze grote, belangrijke en onder meer vanwege geloofstwisten roerige stad.
Ambrosius' episcopaat vertoonde een consequente politieke houding tegenover de staat ('De keizer staat in de Kerk, niet daarboven'), een niets ontziende strijd tegen het arianisme en een resolute afwijzing van elk spoor van heropleving van het oude Romeinse geloof.
Hij blokkeerde met twee brieven het plan van de senaat te Rome om de oude staatscultus en het priestercollege weer te subsidiëren en het beeld van godin Victoria weer in zijn vergaderzaal op te stellen.

Boven alles was Ambrosius pastor bij wie prediking, zorg voor de liturgie en instructie van zijn clerus en voor de asceten op de eerste plaats kwamen.
Zijn lucide preken waren aanleiding tot de 'bekering' van Augustinus, die door hem gedoopt werd.
Nagelaten geschriften zijn goeddeels de literaire neerslag van zijn prediking.
Hij stierf in 397 en zijn graf bevindt zich in de crypte van de San Ambrogio te Milaan.
Afbeelding: Ambrogio Bergognone (1451/56-1525) - Reconstructie triptiek (1490)
  • Ambrosius met de heiligen Gervasius, Protasius, Satirus en Marcellinus (Pavia - Certosa)
  • Geboorte van Ambrosius (Basilea - Museum)
  • Ambrosius tot bisschop gewijd (Turijn - Galleria Sabauda)
  • Ambrosius predikt tot Augustinus en Monica (Turijn - Galleria Sabauda)
  • Ambrosius berispt keizer Theodosius (Bergamo - Accademia Carrara)

Keizer Theodosius I de Grote

Ambrosius was raadgever en vriend van drie keizers:
Gratianus werd door hem opgevoed, en bij Valentinianus II en Theodosius I de Grote, wist hij toch zijn onpartijdigheid te bewaren.
Zo verplichtte hij Theodosius (346-395), toen die te Tessalonica zevenduizend rebellen had laten vermoorden, tot een vernederende kerkboete alvorens hem weer tot de Milanese basiliek toe te laten.
Volgens sommige bronnen zou Ambrosius dat gedaan hebben in een persoonlijke brief aan de keizer, maar andere bronnen melden dat hij de keizer in levende lijve bij de Dom tegenhield.
Toen de keizer hem de geschiedenis van David en Batseba voorhield, antwoordde Ambrosius: 'Als jij in de voetsporen bent getreden van die zondaar, volg hem dan ook als boetedoener.'
Deemoedig accepteert Theodosius vervolgens de hem opgelegde boete.

Heilige

Legenden laten Ambrosius duivels uitdrijven, wonderen verrichten (opwekking uit de dood van een kind, genezingen, redding van een huis bij watersnood en straf van een rijkaard, die door de aarde wordt verzwolgen) en op mysterieuze wijze in contact staan met zijn tijdgenoot Martinus van Tours, wiens uitvaart hij zelfs - tijdens een extase verplaatst - geleid zou hebben.
Volgens een nog latere legende zou Ambrosius als patroon van Milaan de legers van Frederik Barbarossa de stad uit gegeseld hebben (tweede helft 12e eeuw).
Zelf heeft hij ook aanleiding gegeven tot legendevorming door zijn 'vondst' van het gebeente van twee heiligen in de Milanese kerk van de martelaren Felix en Nabor.
Op grond van herinneringen van twee grijsaards en van miraculeuze gebeurtenissen nam Ambrosius aan, dat de ontdekte resten behoorden aan twee martelaren uit de tijd van de vervolgingen: Gervasius en Protasius (feestdag 19 juni).
Hij liet de relieken overbrengen naar zijn basiliek en vertelde er uitvoerig over.
Een ten onrechte op zijn naam gestelde brief ca. 415 kent al een legende rond de twee `heiligen', wier cultus en verering - men riep hen aan bij en tegen vloeiingen en incontinentie - zich vanaf de 5e eeuw over Europa verspreidde, waardoor een vrij uitvoerige iconografie ontstond.

Legenda Aurea

Ambrosius' kaliber blijkt ook uit verhalen, die de Legenda Aurea in een lange reeks korte anekdotes uitvoerig meedeelt in de 202 paragrafen van hoofdstuk 55.
Daarvan volgen hieronder enkele voorbeelden.
Ambrosius, de zoon van Ambrosius, de prefect van Rome, lag in de binnenhof van de ambtswoning in zijn wieg te slapen. Opeens kwam er een zwerm bijen, ze bedekten zijn gezichtje en gingen zijn mond in en uit alsof het hun bijenkorf was. Daarna vlogen ze weg en stegen zo hoog in de lucht, dat ze voor mensenogen niet meer te zien waren. Zijn vader schrok toen hij het zag en zei: 'Als dit kindje blijft leven, zal het iets groots zijn.' Later, toen hij was opgegroeid en hij zijn moeder en zijn zuster, een godgewijde maagd, de hand van bisschoppen zag kussen, bood hij zijn zuster bij wijze van spel zijn rechterhand en zei dat zij bij hem hetzelfde moest doen. Maar zij wees hem af als een kwajongen die niet weet wat hij zegt.
Hij studeerde in Rome en hield zulke schitterende pleidooien in de rechtszaal dat keizer Valentinianus hem uitzond om de provincies Ligurië en Emilia te besturen. Toen hij in Milaan kwam, was de bisschopszetel daar vacant en kwam het volk bijeen om een bisschop te kiezen. Maar tijdens de verkiezing ontstond grote onenigheid ussen de arianen en de katholieken, en toen Ambrosius tussenbeide kwam om de ruzie tot bedaren te brengen, klonk er plotseling een kinderstem: 'Ambrosius bisschop'. Allen stemden met deze kreet in en juichten Ambrosius toe als bisschop. Toen dit tot hem doordrong, probeerde hij hen door afschrikkende maatregelen van zich af te schudden. Hij verliet de kerk, besteeg zijn rechterstoel en gaf tegen zijn gewoonte in opdracht verdachten aan folteringen te onderwerpen. Terwijl hij dit deed, bleef het volk hem desondanks toeroepen: 'Uw zonde kome over ons!' Daarop ging hij in verwarring naar zijn huis terug en wilde het beroep van leraar in de wijsbegeerte gaan uitoefenen. Men bracht hem van dit plan af, maar nu ontving hij openlijk publieke vrouwen in zijn huis, in de hoop dat hij het volk, als het deze dames zag, van zijn uitverkiezing kon laten afzien. Toen ook dit niet hielp en hij zag dat het volk maar bleef roepen 'Uw zonde kome over ons', sloeg hij in het holst van de nacht op de vlucht.
Hij dacht dat hij de weg naar Pavia had genomen, maar vroeg in de ochtend bevond hij zich voor de stadspoort van Milaan die de Romeinse poort genoemd wordt. Terwijl het volk dat hem ontdekte hem onder bewaking hield, werd een verslag naar de allergenadigste keizer Valentinianus gestuurd. Deze was opgetogen dat rechters die door hem waren gezonden, gevraagd werden voor het bisschopsambt. Ook de prefect, Probus, was verheugd dat zijn woord in Ambrosius in vervulling was gaan; hij had namelijk bij zijn vertrek, toen hij hem zijn instructies gaf, tegen hem gezegd: 'Ga heen en treed op, niet als een rechter maar als een bisschop.' Ondertussen, terwijl een antwoord op het verslag nog op zich liet wachten, verborg Ambrosius zich opnieuw, maar hij werd gevonden en, omdat hij nog steeds catechumeen was, gedoopt. Een week later werd hij tot de bisschoppelijke waardigheid verheven.

(Legenda Aurea 55,11-30)
De berisping door Ambrosius van keizer Theodosius doet De Voragine echter af in slechts één zin:
Hij was zo vastberaden en moedig dat hij misstappen van de keizer of de hoogwaardigheidsbekleders niet vergoelijkte, maar hen vrijmoedig en met grote vasthoudendheid op hun tekortkomingen wees.
(Legenda Aurea 55,73)

Feestdagen

Het Roomse Martelaarsboek:
Op 4 april
Te Milaan het overlijden van de bisschop Ambrosius, belijder en kerkleraar. Onder andere schitterende blijken van zijn geleerdheid en wondermacht is ten tijde van de ariaanse ketterij bijna geheel Italië door zijn ijver tot het katholieke geloof bekeerd. Men viert echter zijn feest liefst de zevende december, waarop hij bisschop van Milaan gewijd is..
En bijgevolg op 7 december (Memoriam)
De heilige bisschop Ambrosius, belijder en kerkleraar, die de tweede april in de Heer ontsliep, doch vooral op deze dag, waarop hij het bestuur van de kerk van Milaan op zich nam, wordt herdacht.

Kerkvader

Ambrosius werd in 1295 uitgeroepen tot kerkvader vanwege zijn theologische geschriften en beschermer van de juiste leer.
Vaak werd Ambrosius vanaf de 14e eeuw daarom als kerkvader afgebeeld, menigmaal samen met de andere drie westerse kerkvaders.
Hij is dan als bisschop gekleed en heeft een boek als attribuut.
De anekdote van de bijen in de wieg wordt ook van Plato en Pindarus verteld en heeft in Ambrosius' geval zeker iets te maken met de verklaring van zijn naam uit de hemelse honingdrank ambrozijn.
Zij bezorgde hem als attribuut een kind in een wieg of een bijenkorf en maakte hem tot patroon van imkers en kaarsenmakers.
Soms draagt hij op de arm een kerkmodel, waardoor hij patroon van de steenhouwers en metselaars werd.
Vanaf de 15e eeuw, maar vooral sinds de contrareformatie heeft hij ook wel een gesel als teken van zijn manhaftig optreden.

Hymnen

Ambrosius dichtte voor zijn kerkvolk instructieve hymnen.
De liederen moesten de verveling van het kerkvolk te lijf gaan en in de teksten wapende Ambrosius zich tegen het arianisme.
Ook voor de geschiedenis van de muziek is hij daarom van belang.
Deze hymnen heeft hij, steunend op Griekse kerkmuziek, zelf van melodieën voorzien die echter verloren zijn geraakt.
Van de vele Ambrosiaanse hymnen die er bestaan, zijn er vier zeker door Ambrosius geschreven:
  • Aeterne rerum conditor (Eeuwige schepper van de dingen)
  • Deus creator omnium (God, schepper van het al)
  • Jam surgit hora tertia (Het derde uur breekt aan)
  • Intende qui regis Israel (Hoor, gij die Israel regeert)
    Van deze kersthymne vertaalde Martin Luther het tweede couplet Veni Redemptor Gentium in zijn kerklied Nun komm der Heiden Heiland (1524).