Paul Verheijen

ANNA & JOACHIM

Onbevlekte uitbeelding

Het uitbeelden van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria dwong kunstenaars terug te grijpen op al dan niet allegorische voorstellingen.
Een welkome aanvulling vond men vanaf circa 1000 echter in het Proto-evangelie van Jacobus.
Dit apocriefe geschrift introduceert de ouders van Maria.
Het zijn Joachim en Anna, een aanvankelijk kinderloos echtpaar, een in die tijd dermate smadelijk gegeven dat Joachim doet besluiten met zijn kudde de woestijn in te vluchten.
Maar God neemt de schande weg.
Anna & Joachim hebben hun gezamelijke feestdag in de westerse kerk op 26 juli en op 25 juli in de oosters-orthodoxe kerken.
Voor Joachim tref je verschillende eigen feestdagen aan bij diverse denominaties: 16 januari, 18 januari, 20 maart, 2 april, 16 augustus, 9 september en 20 november.
Anna behoort verder tot de zogenaamde pestheiligen.

Sint-Anna-te-Drieën

Het onderwerp Anna-te-Drieën werd in de middeleeuwen geïntroduceerd in de christelijke iconografie.
Zoals de term aangeeft gaat het om drie personen in één voorstelling: Anna, haar dochter Maria en hun (klein)kind Jezus.
Er bestaan verschillende variaties in de uitvoering van dit motief.
Zie als voorbeeld een werk van Leonardo da Vinci.

Vaak zitten Maria en Anna op een stoel met het kind tussen hen in, soms wordt een kleine Maria met kind gedragen door Anna.
De beelden van Anna-te-Drieën kunnen worden beschouwd als een verwijzing naar de Onbevlekte Ontvangenis.
Daarnaast gold Anna als voorbeeldig prototype: als moeder, echtgenote en als grootmoeder.
Daarom werd zij in brede lagen van de bevolking als een vertrouwd iemand gezien, die door haar wijze van leven zowel dicht bij de mensen stond, als bij Christus en Maria.
Om die reden kon ze haar taak als middelares uitstekend uitoefenen en werd ze door gelovigen te hulp geroepen in contact te komen met haar dochter Maria en/of haar kleinzoon Jezus.

Heilige Maagschap

Het middeleeuwse schema van de Heilige Maagschap is in wezen een uitgebreide Sint-Anna-te-Drieën-voorstelling.
Met de Heilige Maagschap wordt dan de uitgebreide familie van Jezus bedoeld, via de vermeende huwelijken en daarmee samenhangende verwantschappen van zijn grootmoeder Anna.

Volgens de Legenda Aurea is Anna na de dood van Joachim nog twee keer getrouwd.
Allereerst met Cleophas, de broer van Jozef, met wie zij een dochter kreeg die zij ook Maria noemde.
Deze Maria trouwde met Alfeüs en kreeg met hem vier zonen: Jakobus de mindere, Josef Justus die ook Barsabbas heette, Simon en Judas.
Na de dood van Cleophas trouwde Anna voor de derde keer en nu met een zekere Salome, met wie zij een dochter kreeg die zij wederom Maria noemde.
Deze derde dochter met de naam Maria trouwde met Zebedeüs en samen kregen zij twee zonen, Jakobus de Meerdere en Johannes de evangelist.
Ook vermeld de Legenda Aurea een versje dat de complexe relaties uiteenzet:
Anna solet dici tres concepisse Marias
Quas genuere viri Joachim, Cleophas, Salomeque
Quas duxere viri Joseph, Alphaeus, Zebedaeus
Prima parit Christum, Jacobumque secunda minorem
Et Joseph justum peperit cum Simone Judam
Tertia majorem Jacobum volucremque Johannem.


(Anna als gewoonlijk gezegd zou drie Maria's hebben ontvangen
Die de mannen Joachim, Cleophas en Salome verwekten.
Die huwden de mannen Jozef, Alpheus en Zebedeus
De eerste baarde Christus en de tweede Jakobus de Mindere
En Jozef de Rechtvaardige baarde zij met Simon Judas
De derde Jakobus de Meerdere en de gevleugelde Johannes.)
Jakobus de Voragine heeft er duidelijk geen probleem mee stambomen ingewikkeld te maken.
Deze volgeladen stamboom van Anna werd vanaf de late middeleeuwen vele malen afgebeeld.

Onkuis?

Misschien kwam het door die drie huwelijken van Anna dat op het in 1563 afgesloten Concilie van Trente werd bepaald dag de rol van de grootmoeder van Jezus minder dominant moest zijn en dat zij snel daarna onderwerp werd van roddel.
De Reformatie droeg er eveneens toe bij dat aan de kerkelijke verering van Anna een eind werd gemaakt.
Door die drie huwelijken kreeg de lijst van de twaalf apostelen trekken van een familiebedrijfje.
Bovendien pasten zij in het streven om Anna in een kwaad daglicht te stellen: drie maal trouwen moest wel op onkuisheid duiden.
De uitdrukking: 'Daar loopt iets van Sint Anna onder', werd gebruikt om aan te duiden dat er iets aan de hand was dat niet met de zeden strookte, zoals een bruid die al zwanger was.
En 'In Sint Anna's kapelleken zitten' werd gezegd om meisjes aan te duiden die weinig kans meer hadden op een huwelijk, omdat ze jarenlang het 'Sint Anneke, geef me een manneke' hadden aan-geheven.

Passieve Joachim

Joachim heeft in sommige legenden ook een andere naam: Klopas, Eliacim, Heli, Jonachir of Sadoc.
Hij wordt eerst jong afgebeeld, later als oude man met baard in lang kleed en mantel of als herder.
Hij kreeg als attributen staf, boek, lam of duiven en een enkele maal Maria op zijn arm.
De oudste voorstelling is die van de verschijning van de engel aan Joachim bij zijn herders op een fresco uit circa 890 in de Santa Maria in Gradelis te Rome.
Zelfstandig afgebeeld vindt men de vader van Maria vooral in de 18e eeuw, op plaatsen waar men hem bijzonder vereerde.
In Anna- en Maria-cycli speelt Joachim doorgaans een passieve rol.