WeduweHet Roomse Martelaarsboek herdenkt Ludovica van Albertoni op 31 januari:Te Rome de zalige Ludovica Albertoni, een Romeinse weduwe. Zij behoorde tot de derde orde van Sint-Franciscus en was beroemd om haar deugden.Ludovica Albertoni werd in 1473 in Rome geboren als dochter van de vooraanstaande edelen Stefano Albertoni en Lucretia Tebaldi. Haar vader stierf rond 1475 en ze werd toevertrouwd aan de zorg van haar tantes van vaderskant, die ervoor zorgden dat ze een christelijke opvoeding kreeg. Haar ouders hadden haar verloving geregeld en uit gehoorzaamheid trouwde ze in 1494 met de edelman Giacomo della Cetera. Het echtpaar verhuisde naar Trastevere , waar ze drie dochters grootbrachten, maar het was een turbulent huwelijk omdat haar man een scherp en vaak onaangenaam temperament had. Ze bleef echter volgzaam in haar geloof en standvastig, terwijl ze geloofde in de liefde van haar man voor haar, ondanks zijn temperament. In mei 1506 stierf hij na een lange ziekte. Ludovica bleef achter met haar drie kinderen. Er ontstonden moeilijkheden toen haar zwager Domenico haar rechten met betrekking tot haar erfenis niet respecteerde. Ludovica vocht hem met succes voor de rechtbank aan. Als weduwe sloot ze zich aan bij de Derde Orde van Sint Franciscus in de kerk San Francesco a Ripa in Trastevere. Ze besteedde haar fortuin en haar gezondheid aan de zorg voor de armen. Ze werd beroemd om haar religieuze extases, waaronder levitatie, en werd bekend als een wonderdoener en profetes. Sommige legendes melden dat ze in haar visioenen werd bespat met het sperma van Christus. Bovendien zou ze de stigmata hebben gehad. In 1527 zorgde ze voor de armen tijdens de plundering van Rome en vanwege haar inspanningen om het lijden te verlichten werd ze bekend als de 'moeder van de armen'. Haar gezondheid verslechterde en ze stierf aan koorts, op 31 januari 1533. Haar laatste woorden waren die van Christus' laatste woorden aan het kruis. Haar stoffelijk overschot werd begraven in de Sint-Annakapel in de San Francesco a Ripa, zoals haar wens was. Op 17 januari 1674 werden haar stoffelijke overschotten overgebracht naar een groot altaar in dezelfde kerk die Gian Lorenzo Bernini had gebouwd. |
ZaligverklaringOp 13 oktober 1606 bepaalde de senaat in Rome dat de datum van haar dood als een gedenkteken moest worden herdacht, en in 1625 benoemden de Romeinse autoriteiten haar tot patrones van Rome, terwijl ze haar sterfdatum tot een liturgisch feest maakten.Op 28 januari 1671 werd haar zaligverklaring goedgekeurd door Clemens X, die zijn goedkeuring uitsprak voor haar langdurige en populaire cultus, een blijvende publieke verering. Misschien dat die visioenen met Christus' sperma een heiligverklaring in de weg staat. In een liggende standbeeld legt Bernini haar vast in haar doodsstrijd en beeldt haar af terwijl ze lijdt, maar ook in het licht van haar religieuze extase terwijl ze wacht op haar vereniging met God. Vergelijk in dit verband bijvoorbeeld acht gezichten in beelden van Bernini: ![]()
|
|
Gian Lorenzo Bernini (1598-1680)
Beata Ludovica Albertoni (1671-74) Marmer, 90 x 210 cm Rome - San Francesco a Ripa |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |