Paul Verheijen

MARIA

Tenhemelopneming

Complex feest

In de vierde eeuw schrijven kerkvaders steeds meer bijzonderheden over Maria die in de bijbel niet te vinden zijn, bijvoorbeeld wat er met haar lichaam gebeurde na haar dood.
Opmerkelijk wat dat laatste betreft is het getuigenis van een priester uit Jeruzalem, die in diezelfde eeuw beweert dat Maria nooit is gestorven.
Het is in dit verband misschien vermeldenswaard dat er in de kerkgeschiedenis, zelfs in een tijd dat relieken een prominente rol vervulden, nooit een claim is gekomen van gelovigen die menen het lichaam van Maria te bezitten of ernaar hebben gezocht, een feit dat overigens ook goed kan dienen om aan te tonen dat de figuur van Maria fictief is.

De Mariaverering kwam mogelijk zo laat op gang juist door het ontbreken van haar lichaam.
Er moesten bijgevolg andere voorwerpen vereerd worden.
Naast haar mantel werden ook haar sluier, doodskleed, gordel, pantoffel en onderkleed geëerd.
Maar ook Maria's haar, moedermelk en zelfs nagelresten kwamen terecht in kostbare reliekhouders.
Ook indirecte relieken, zoals de kaars die bij de annunciatie bij Maria stond of de boom waaronder Maria tijdens de vlucht naar Egypte had gerust, werden relieken.

Het westerse en het oosterse christendom gingen elk op eigen wijze om met de dood en de tenhemelopneming van Maria.
Ingebed bovendien in zeer veel verschillende tradities, ophefmakende legendes, onsamenhangende wonderen en goedbedoelde maar tamelijk mislukte imitaties van Jezus' verrijzenis en hemelvaart, werd Maria Tenhemelopneming een letterlijk complex feest.

De legenden

Over het overlijden en vervolgens het met lichaam en ziel opgenomen worden in de hemel van Maria kwamen verschillende verhalen in omloop.
Maria zou volgens een van die verhalen 24 jaar na de kruisdood van haar zoon op 72-jarige leeftijd zijn overleden, ofwel in Jeruzalem ofwel in Ephese.
Volgens een andere traditie zou dat 12 jaar na de kruisdood zijn geschied toen Maria 60 was.
Jacobus de Voragine beschrijft in de tweede helft van de 13e eeuw in hoofdstuk 119 van zijn Legenda Aurea de assumtione beatae Mariae virginis, letterlijk: de aanneming van de gezegende maagd Maria.
Zijn beschrijving heeft hij naar eigen zeggen gehaald uit een apokrief geschrift dat geschreven zou zijn door Johannes de Evangelist.
Zelfs deze a priori goedgelovige pater dominicaan zet vraagtekens bij het waarheidsgehalte van sommige details van deze vertelling om deze vervolgens pagina's lang aan te vullen met wonderen die Maria na haar tenhemelopneming heeft verricht.

Dood / Ontslaping
Maria krijgt haar dood aangekondigd door een engel die zijn naam aan haar niet prijsgeeft.
Bij haar baar moet een palmtak uit het paradijs gedragen worden.
Maria heeft slechts één wens: te sterven met de twaalf apostelen om haar heen.
Als eerste wordt Johannes op een witte donderende wolk uit Ephese weggevoerd waar hij aan het preken is.
Op zijn bede arriveren vervolgens ook de andere apostelen op een wolk vanuit de plaatsen waar zij aan het preken zijn.
's Nachts verschijnt tenslotte Jezus zelf met een hemelse engelenschaar.
Allen staan rond het bed van Maria en zingen haar toe, waarop de ziel van Maria haar lichaam verlaat en in de armen van haar zoon vliegt.
Jezus geeft de apostelen de opdracht het lichaam van Maria te begraven in een nieuw graf in het dal Josafat, waar volgens het laatste hoofdstuk van het boek Joël het Laatste Oordeel zal plaatsvinden.

Begrafenis
De apostelen begraven Maria.
Drie dagen daarna zal Jezus terugkeren.
Johannes en Petrus raken in discussie wie van hen tweeën de palmtak van het paradijs dient te dragen.
Die eer is uiteindelijk voor Johannes weggelegd.
De begrafenisstoet blijft niet onopgemerkt en de joden grijpen naar hun wapens om de apostelen te doden en het lichaam van Maria, de moeder van die bedrieger, te verbranden.
Hun hogepriester (in andere bronnen is er sprake van een zekere Jephonias) wil hoogstpersoonlijk de baar omverwerpen, maar zijn handen verdorren en blijven vastzitten aan de baar.
Hij bekeert zich echter tot Jezus Christus, kust de baar en zijn handen worden weer gezond.
Hij krijgt de palmtak van Johannes aangereikt om die aan zijn blinde volk te tonen, opdat zij weer zullen zien.

Tenhemelopneming
Nadat Maria in het graf is gelegd, blijven de apostelen er drie dagen bij waken.
Dan verschijnt Jezus zoals beloofd en vraagt zijn apostelen welke genade en eer hij zijn moeder moet geven.
Zij antwoorden dat ook Maria haar dood moet overwinnen, zoals ook Jezus zelf dat gedaan heeft.
De aartsengel Michaël brengt daarop Maria's ziel naar Jezus die ziel en lichaam van Maria weer verenigt, zodat haar lichaam niet zal bederven.
Maria staat tenslotte op uit haar graf en stijgt ten hemel, begeleid door een menigte engelen.
Alle apostelen zijn hierbij aanwezig, behalve Tomas.
Als die zich later aansluit bij hen, gelooft hij de apostelen niet.
Plotseling valt de gordel van Maria uit de hemel, waarop Tomas alsnog gelooft dat Maria lijfelijk ten hemel is gevaren.
De kleding van Maria bleef overigens in het graf achter om de gelovigen tot troost te dienen.
Onnodig te melden dat over deze kledingstukken weer diverse legenden in omloop raakten.
Het concept van Maria's tenhemelopneming past binnen dat van haar onbevlekte ontvangenis en maagdelijkheid.
Van een lichaam dat gevrijwaard was van de erfzonde en maagdelijk is gebleven tijdens het leven, kan men moeilijk accepteren dat het in een graf aan bederf onderhevig zou zijn geweest.

In het heilig jaar 1950 kondigde paus Pius XII het dogma van haar tenhemelopneming af.

Wijding der kruiden

In vóór-christelijke tijden werden bepaalde bij elkaar gezochte kruiden gebruikt om dankoffers en zoenoffers te brengen aan de goden.
Dit werd door de christelijke kerk afgekeurd maar op een gegeven moment gekerstend.
Een bepaalde overlevering verhaalt van de apostelen die bij het bezoek aan het graf van Maria in de plaats van haar lichaam, bloemen en geurend kruid aantroffen.
Op Maria Hemelvaart vond de wijding der kruiden plaats.
Uit zeven kruidplanten werd een zogenaamde 'kruidwis' samengesteld.
Deze werd ter bescherming opgehangen bij bijvoorbeeld de voordeur, of boven het wiegje van een boreling.
In de stal was het nuttig ter afwering van veeziekten en op zolder kon de kruidwis een plaatsje krijgen ter afweer van blikseminslag.
Tal van bloemennamen wijzen op dit gebruik.
Hoewel de oorspronkelijke betekenis zo goed als vergeten is, verzamelen mensen nog steeds veldboeketten.

Zeven

Traditioneel wordt de dood en tenhemelopneming van Maria verdeeld in zeven gebeurtenissen:
  • aankondiging dood door palmdragende engel (Michaël?)
  • afscheid van de apostelen
  • dood
  • tocht naar het graf
  • graflegging
  • tenhemelopneming
  • kroning en intronisatie

Verschillende data

Aanvankelijk was Ontslaping de naam voor de herdenking van Maria's dood en was de datum 16 of 18 januari: Dormitio Mariae in het Latijn en Koimesis Theotokou in het Grieks.
In het westerse christendom werd, onder invloed van apocriefe teksten en volkslegenden, vanaf de achtste eeuw ook de Tenhemelopneming van Maria (Assumptio) gevierd.
Volgens een koptische traditie zouden er 206 dagen verlopen zijn tussen de dood en de tenhemelopneming van Maria.
Deze laatste gebeurtenis werd dus oorspronkelijk gevierd op 9 of 11 augustus.

De feestdag staat ook bekend als Maria Hemelvaart, een term die letterlijk genomen niet correct is, omdat Maria door God / Christus in de hemel wordt opgenomen oftewel wordt aangenomen en niet zelf het initiatief heeft.
Dit feest werd in 582 door keizer Mauritius officieel in Byzantium ingevoerd voor 15 augustus.
De keuze voor data in de maand augustus is ongetwijfeld ingegeven door de vóórchristelijke Feriae Augusti, de naar keizer Augustus genoemde festivals bedoeld om het einde van het oogstseizoen te vieren.
In Italie heet 15 augustus nog steeds Ferragosto.
Op die datum werd al de verjaardag gevierd van de kerkwijding van een aan Maria toegewijde basiliek op de weg tussen Betlehem en Jeruzalem.
Rome nam het feest van Maria Tenhemelopneming over in de zevende eeuw onder paus Sergius I.
De oosters-orthodoxe kerken vieren het feest op 28 augustus.