Paul Verheijen

DE GROTE BASILIEKEN

Rome

Basilica maior

Volgens sommigen houdt de Latijnse naam basilica verband met de stoa basileios, de koninklijke zuilengang' van het oude Athene.
In het romeinse rijk werd de naam gebruikt voor een gebouw waarin publieke vergaderingen en zittingen van het tribunaal plaatsvonden en dat ook dienst deed als beurs en markthal.
Het gebouw verrees dan ook meestal aan de rand van een forum.
In eerste instantie sloeg de naam op enkele karakteristieke architectonische kenmerken van het gebouw: rechthoekig grondvlak, door zuilen verdeeld in drie of meer beuken (schepen) en het middenschip hoger dan de zijschepen, een gewelfde ronde uitbouw aan de kopzijde (absis) en een plat plafond.
Later werd de naam een eretitel voor een kerk die zich op een of andere wijze onderscheidt van andere kerken.
In Nederland mogen op dit moment 27 kerken zich basiliek noemen.
Zes basilieken op de wereld zijn basilicae maiores, grote basilieken, waarvan en vier in Rome en twee in Assisi staan (San Francesco en Santa Maria degli Angeli), alle andere basilieken op de wereld (±1500) heten bijgevolg officieel basilicae minores.
De eretitels staan los van de fysieke grootte van het gebouw.

Binnen het rooms-katholicisme wordt elk jaar de dag van de wijding van een kerkgebouw gevierd door de parochie waartoe de kerk behoort.
Voor de wijding van de vier grote basilieken in Rome geldt die viering voor de wereldwijde kerkgemeenschap:
  • Sint Jan van Lateranen - 9 november
  • Santa Maria Maggiore - 5 augustus
  • Sint Pieter - 18 november
  • Sint Paulus buiten de Muren - 18 november
Het liturgische feest van de kerkwijding van de Sint Pieter valt samen samen met die van de Sint Paulus, omdat beide basilieken zijn gewijd aan de beide grondvesters van het christendom.
De Legenda Aurea beschrijft in het hoofdstuk De Dedicatione Ecclesiae, 'over de inwijding van de kerk', waarom een kerk en speciaal het altaar gewijd dient te worden, hoe dat moet gebeuren en wie dat mag doen.

Basilica San Pietro in Vaticano

De heilige plaatsen die de eerste christenen in ere hielden, waren vooral verbonden met de graven van martelaren.
Een extra grote verering kreeg dat deel van het Vaticaan waar het graf van Petrus lag.
Uit alle landen trokken christenen daarheen op bedevaart.
Volgens de traditie werd na de marteldood van Petrus in het circus van Nero zijn lichaam begraven aan de overzijde van de Via Cornelia.
Paus Anacletus bouwde er later een kleine kapel die tot in de derde eeuw middelpunt bleef van pauselijke begrafenissen.
Hierheen ging ook keizer Constantijn de Grote acht dagen na zijn doopsel, legde zijn kroon af, wierp zich deemoedig ter aarde en vergoot rijkelijk tranen, waarna hij met schop en houweel twaalf manden aarde wegschepte uit de grond om daarmee de omtrek aan te geven van de kerk die ter ere van Petrus gebouwd moest worden in plaats van de kleine kapel.
Hij voegde voor de ingang een zuilenportiek (of atrium) toe en waar de ronding van de apsis begon, liet hij een dwarsschip bouwen, zodat de kerk het grondpatroon vertoonde van een Latijns kruis.
Op de kruising (‘viering’) van schip en dwarsarm bevond zich het zogeheten martyrium, de plek waar zich de sarcofaag van Petrus bevond.
Deze kerk werd door paus Silvester I op 18 november ingewijd rond het jaar 325.
Nog in diezelfde eeuw moest de kerk al worden uitgebreid omdat ze te klein was geworden voor de toeloop van de vele pelgrims.
In 806 werd deze 'Constantijnse basiliek' verwoest door de Saracenen.
Hersteld maar van aanzien totaal veranderd bestond de kerk nog in de 15e eeuw, maar toen de pausen Rome verlieten en in Avignon gingen wonen, verviel de kerk tot een ruïne en gaf paus Nicolaas V de opdracht tot sloop en nieuwbouw, maar vervolgens gebeurde er niet veel.
Het was paus Julius II die de herbouw energiek ter hand nam en de grootste kunstenaars uit geheel Italië inschakelde, zoals Bramante, Rafaël en Michelangelo, resulterend in het gebouw zoals we dat kennen tot op de dag van vandaag.
De inwijding vond pas plaats op 18 november 1626 onder paus Urbanus VIII.
In de crypten van de basiliek liggen vele pausen begraven.
Tekening 1891: Henry William Brewer (1836-1903)

Basilica San Paolo fuori le Mura

Na zijn marteldood was het lichaam van Paulus volgens de traditie door een zekere Lucina begraven langs de via Ostia.
Diezelfde paus Anacletus liet ook daar een kapel oprichten die veel leek op die van Petrus.
En de parallellen gaan verder want de pausenkroniek (Liber Pontificalis) schrijft dat Constantijn ‘er een basiliek bouwde voor de apostel Paulus, wiens stoffelijke resten hij in een schrijn legde en afsloot, precies zoals hij met die van Sint Petrus had gedaan’.
Keizer Valentinianus vond de afmetingen ervan echter te bescheiden en liet haar in 368 vervangen door een grote vijfschepige basiliek, verder voltooid door Theodosius en Honorius.
Maar de Saracenen brachten ook deze basiliek grote schade aan, waarop paus Johannes VIII een grote vestingmuur rondom de kerk en het bijbehorende klooster liet bouwen.

In de nacht van 15 op 16 juli 1823 vond er een ramp plaats: een bouwvakker liet bij herstelwerkzaamheden op het dak een vuurpan branden.
De kerk werd met kerkschatten en al volkomen door het vuur verwoest; er restte niet meer dan een rokende puinhoop waaruit wat verkoolde zuilstompen omhoog staken.
Met hulp van ruime giften uit de hele wereld werd de basiliek weer volledig opgebouwd.
De inwijding van de nieuwe kerk gebeurde op 10 december 1854 door paus Pius IX bij gelegenheid van de afkondiging van het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria.
Ets 1748-49: Giovanni Battista Piranesi (1720-1778)

Basilica San Giovanni in Laterano

Voor rooms-katholieken heeft de Sint-Jan van Lateranen een bijzondere betekenis.
Als bisschopskerk van het bisdom Rome is zij formeel de hoofdkerk van de wereldkerk en als zodanig in rang belangrijker dan de Sint-Pieter.
Deze betekenis staat twee keer te lezen onderaan de sokkels van de gevel van de kerk:
Sacrosancta lateranensis ecclesia omnium urbis et orbis ecclesiarum mater et caput
Allerheiligste kerk van Lateranen, moeder en hoofd van alle kerken van de stad en van de wereld

Voluit heet de basiliek in het Nederlands de aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser.
De kerk is dus in eerste instantie opgedragen aan Jezus Christus zelf, maar verder is zij eveneens toegewijd aan zowel Johannes de Doper als Johannes de Evangelist.
Keizer Constantijn de Grote stichtte de basiliek ter ere van het Edict van Milaan in 313.
Hiermee is het het oudste kerkgebouw van Rome.
Met een lengte van 100 meter en een breedte van 65 meter was deze kerk ook voor Romeinse begrippen een grote basiliek.
De inwijding had plaats in 324.
In 869 werd dit gebouw door een aardbeving vernietigd en van de oorspronkelijke basiliek is bijgevolg weinig overgebleven.

Het huidige gebouw dateert van 1650 toen door paus Innocentius X aan de architect Francesco Borromini ter ere van het Heilig Jaar de opdracht werd gegeven de vervallen en talloze malen herbouwde oude middeleeuwse kerk een moderne kerk te maken.
Borromini liet de plattegrond en structuur van de oorspronkelijke kerk intact en ontwierp hierop gebaseerd de huidige barokke kerkruimte.
Het houten plafond uit de oude basiliek, dat van de paus bewaard moest blijven zorgt hierdoor voor een contrast.
Het gotische baldakijn boven het hoogaltaar uit de 14e eeuw bleef eveneens bewaard.
In 1733-1736 werd de huidige kenmerkende voorgevel toegevoegd door Alessandro Galilei.
Vroeger zetelde de paus in deze basiliek maar deze functie is in de middeleeuwen overgenomen door de Sint-Pieter.
Sinds 1929 is de Sint-Jan met het bijbehorende Lateraanse paleis, de voormalige residentie van de paus, in het bezit van het Vaticaan.
Ets 1748-49: Giovanni Battista Piranesi (1720-1778)

Basilica Santa Maria Maggiore ad Nives

Deze basilica maior is de enige van de vier in Rome waarvan het antieke bouwwerk intact bewaard is gebleven.
Ze is vooral beroemd om de mozaïeken uit de 5e en de 13e eeuw.
In de de nacht van 4 op 5 augustus van het jaar 352 had de Romeinse christen Johannes een ongewone droom dat Maria hem de opdracht gaf een kerk te stichten op een van de zeven heuvels van Rome, en wel op de plaats waar het 's anderendaags - let wel: augustus - zou sneeuwen.
Toen Johannes daags daarna zijn opmerkelijke droom voorlegde aan paus Liberius, antwoordde deze exact hetzelfde gedroomd te hebben.
En die dag, 5 augustus, zagen paus Liberius en Johannes inderdaad sneeuw neerdwarrelen op de Cispius, een van de hoogste punten van de Esquilijnheuvel.
Daar bakende paus Liberius de omtreklijnen af van de kerk waarvan de bouw dan werd gefinancierd door Johannes.
Naar dit wonder verwijst de toevoeging ad Nives, 'ter Sneeuw'.
Naar de paus die volgens deze legende de kerk heeft gesticht wordt ze soms ook betiteld als Basilica Liberiana.
De stichtingslegende is uitgebeeld op de 13e-eeuwse mozaïek op de gevel van de kerk en elk jaar wordt ze op 5 augustus in deze basiliek herdacht tijdens de hoogmis in de voormiddag en tijdens de vespers.

Van deze basiliek gebouwd onder paus Liberius resten geen archeologische bewijzen, maar enkel twee vermeldingen in de Liber Pontificalis.
Bij opgravingen onder de huidige basiliek werden er geen sporen van een eerder kerkgebouw aangetroffen, mogelijk stond het gebouw oorspronkelijk iets verderop op de Esquilijn.
Ets 1748-49: Giovanni Battista Piranesi (1720-1778)